wat zijn de oorspronkelijke namen van Josef en Maria ?

wat zegt de bijbel hierover ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Djozer and Isis

In het Hebreeuws heten ze Yosef en Miryam.

Jozef is de verkorte vorm van het Hebreeuwse woord 'josifjah' wat betekent 'moge Jah vermeerderen'. Jezus' adoptievader was echter niet in de afstammingslijn van zijn naamgenoot, de zoon van Israël/Jakob geboren want hij was een afstammeling van Juda, aangezien hij het Davidische erfrecht bleek te bezitten, dat aldus, door de adoptie op de geadopteerde Christus werd overgedragen, en ook na diens opstanding in de hemel als dusdanig werd erkend. De naam zelf blijkt courant te zijn geweest, en doorheen de eeuwen op verscheidene Bijbelse personages van toepassing te zijn geweest, o.a. Jozef van Arimathea, die zijn grafstede tot Jezus' beschikking stelde. Maria - Hebreeuws Mirjam . Maria, de moeder van Jezus. Zij was de dochter van Eli, hoewel in het door Lukas verschafte geslachtsregister Maria’s echtgenoot, Jozef, als de „zoon van Eli” vermeld wordt. In M’Clintock en Strongs Cyclopædia (1881, Deel III, blz. 774) staat hierover: „Het is een bekend feit dat de joden bij het opstellen van hun geslachtslijsten volledig op de mannelijke lijn afgingen, en daar waar het bloed van de grootvader via een dochter op de kleinzoon overging, de naam van de dochter zelf weglieten en de echtgenoot van die dochter telden als de zoon van de grootvader van moederszijde (Num. xxvi, 33; xxvii, 4-7).” Ongetwijfeld is dit de reden waarom de geschiedschrijver Lukas zegt dat Jozef de „zoon van Eli” was. — Lu 3:23. Maria was uit de stam Juda en een nakomelinge van David. Vandaar dat er van haar zoon Jezus gezegd kon worden dat hij „naar het vlees uit het zaad van David is gesproten” (Ro 1:3). Via zijn pleegvader Jozef, een nakomeling van David, had Jezus het wettelijke recht op de troon van David, en via zijn moeder had hij als „nakomeling”, „zaad” en „wortel” van David het natuurlijke erfelijke recht op „de troon van zijn vader David”. — Mt 1:1-16; Lu 1:32; Han 13:22, 23; 2Ti 2:8; Opb 5:5; 22:16. Indien de overlevering het bij het rechte eind heeft, was Anna de vrouw van Eli en de moeder van Maria, en had Anna’s zuster een dochter genaamd Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper. Volgens deze overlevering was Elisabeth Maria’s nicht. In de Schrift zelf staat dat Maria een bloedverwante was van Elisabeth, die „uit de dochters van Aäron” van de stam Levi was (Lu 1:5, 36). Volgens sommigen had Maria een zuster die Salome heette, de vrouw van Zebedeüs, wiens twee zonen, Jakobus en Johannes, apostelen van Jezus waren. — Mt 27:55, 56; Mr 15:40; 16:1; Jo 19:25.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100