Wanneer gebruik je 'omnipresent' en wanneer 'ubiquitous'?

Ik heb een vraagje over de Engelse woorden 'omnipresent' en 'ubiquitous' die beiden 'present everywhere' betekenen. Ik kreeg te horen dat omnipresent vooral voor emoties en ideeën was en ubiquitous voor objecten. Maar wat moet je gebruiken voor iemand als je bedoeld dat diegene altijd overal te vinden is en je diegene overal tegenkomt: 'I see her everywhere: she is omnipresent/ubiquitous'. En wat als het over God gaat?

Weet jij het antwoord?

/2500

Omnipresent betekent dat het altijd overal aanwezig is; ubiquitous betekent dat het altijd overal lijkt te zijn. Het grote verschil hier is het woordje "lijkt" In het geval van de persoon is het gebruik van ubiquitous dus juist. Deze persoon is niet daadwerkelijk altijd overal, het lijkt alleen maar zo. Zoals een Starbucks in New York. Volgens religie is God's omnipresence een feit, Hij is echt overal tegelijkertijd. Voor de niet-gelovigen onder ons een ander voorbeeld: in een sprookje is goed en kwaad omnipresent.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100