Aan welke 3 voorwaarden moet voldaan zijn om een goede samentrekking te maken in een samengestelde zin?

???

Weet jij het antwoord?

/2500

1   samentrekking in werkwoorden Je mag pas samentrekken in werkwoorden, als die : -    dezelfde betekenis hebben; -    hetzelfde getal hebben; -    tot dezelfde soort behoren (zw, hww of kww); -    in dezelfde tijd staan (PV, VD, INF of OD). Niet voldoen aan deze voorwaarden leidt een foutieve samentrekking. Bespreking van enkele foutieve samen­trekkin­gen. -    Hij heeft een beste baan, maar er ook hard voor gestu­deer­d*. In deze zin is samengetrokken in het werkwoord "heeft­".  Die samentrekking is incorrect. In de eerste zin is "heeft­" een zelfstandig werkwoord, in de tweede zin een hulpwerkwoord. Er is dus sprake van een FS vanwege ongelijkheid in soort. -    Hij heeft een beste baan, maar (hij) heeft er ook hard voor gestu­deerd. -    Zij blies de ballon op en de kaars uit.* In deze zin is samengetrokken in "blies". Die samentrek­king is incorrect op grond van de vooraarde betekenis. In de eerste zin heb je immers te maken met het wer­kwoord "opblazen" en in de tweede zin met het werk­woord "uitblazen". -    Zij blies de ballon op en blies de kaars uit. Cabaretiers maken vaak bewust gebruik van deze vorm van fou­tieve samentrekking vanwege de komische uitwerking. -    Sinterklaas had een mijter op en acht neuten. (Toon Hermans) 2.  samentrekking in zinsdelen Als je wilt samentrekken in zinsdelen, moet je ook aan voor­waar­den voldoen. De zinsdelen moeten: -    dezelfde grammaticale functie hebben (OND, LVW, MVW, VZVW, enz.); -    hetzelfde getal hebben (ev. of mv.); -    dezelfde betekenis hebben; -    op dezelfde plaats t.o.v. de PV staan (of erachter of ervoor); -    in zinnen van dezelfde soort staan (of in hoofd- of in bijzinnen). Enige voorbeelden verduidelijken het boven­staande. -    Dat is een film die mij zeer boeide en je niet mag mis­sen.* Er is samengetrokken in het zinsdeel "die". In de eerste bijvoeg­lijke bijzin is dat zinsdeel onderwerp; in de tweede is het lijdend voorwerp: ongelijkheid in functie, dus FS. -    Dat is een film die mij zeer boeide en die je niet mag mis­sen.     -    Morgen bestel ik de nieuwe dynamo en hoop hem overmorgen te ontvangen.* In deze zin is samengetrokken in het zinsdeel "ik": een FS. In de eerste zin staat "ik" immers achter de persoonsvorm en in de tweede zin hoorde hij ervoor te staan. -    Morgen bestel ik de nieuwe dynamo en ik hoop hem overmorgen te ontvangen. (...) Toegevoegd na 1 minuut: Tot zover de overgenomen tekst uit de bron.

Bronnen:
http://www.edu-actief.nl/zcn/Container%20b...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100