Gaat het kind altijd naar de moeder bij een scheiding?

Stel je hebt kinderen en je gaat scheiden.
Laten we stellen in een normale situatie de ouders scheiden omdat het niet meer goed botert (zonder 1 van beide strafblad heeft of andere iets mispeutert heeft). Mag de moeder zomaar beslissen dat zij het hoederecht krijgt en dat de vader zijn kinderen enkel in het weekend ofzo mag zien? Wat als de vader co-ouderschap voorstelt waarbij elk een week de kinderen heeft en de moeder weigert zal er de rechter rekening houden met het voorstel van de vader of krijgen de moeders altijd het voordeel?

Weet jij het antwoord?

/2500

Meestal word er in overleg besloten hoe en waar het kind ondergebracht word (uitgaande van een normale situatie). Vaak word het bij de moeder ondergebracht omdat de vader de kostwinner is. Moeders werken vaak parttime, dus hebben de moeders meer 'tijd'. Toegevoegd na 46 seconden: Mochten voorstellen onderling geweigerd worden zal het alsnog via een rechtszaak vastgesteld worden.

Als het goed is (d.w.z., als het recht zijn beloop heeft), dan zal een rechter in eerste instantie altijd proberen aan te sturen op een compromis (via een professionele mediator) waar de beide ouders het over eens kunnen zijn. Maar, stel nu dat dit niet lukt. Dan moet de rechter beslissen, en zal de rechter altijd in de eerste plaats kijken naar het belang van de kinderen. Daarbij zal voor de rechter meespelen welke ouder in de afgelopen jaren het vaakst voor de kinderen heeft gezorgd, en welke ouder in de toekomst de meeste tijd zal hebben om voor ze te zorgen. Vanwege het feit dat in Nederland vrouwen vaker parttime werken, en mannen vaker voltijds, zal de rechter de kinderen dan vaak aan de moeder toewijzen. Toch kunnen er ook omstandigheden zijn waarin het andersom is. Bijvoorbeeld wanneer de man in het verleden minstens even vaak of vaker voor de kinderen heeft gezorgd, en in de toekomst kan zorgen (bijv. omdat hij parttime of niet werkt, en de vrouw wel een voltijdse baan heeft). Of, bijvoorbeeld wanneer de moeder psychische problemen heeft die het voor haar lastiger maken voor de kinderen te zorgen. Wanneer kinderen 12 jaar of ouder zijn, zal de rechter ook altijd met het kind spreken om te horen wat hij/zij zelf wil, en zal dit meenemen in de beslissing.

Scheiden volgens Belgisch recht kent veel overeenkomsten met scheiden volgens Nederlands recht maar ook verschillen. Is er sprake van een echtscheiding gewoon omdat het, zoals u schrijft, niet meer botert, dan maakt men samen, in onderling overleg, een overeenkomst over een aantal verplichte overeen te komen materiële en familieaangelegenheden. De overeenkomst vermeldt hoofdzakelijk de invulling van de rechten van het co-ouderschap en de invulling van het bezoekersrecht. Als men het samen eens is, wordt deze overeenkomst voorgelegd aan de familierechtbank die de echtscheiding uitspreekt. Komt men er samen niet uit dan zal de beslissing bij de rechter liggen. De rechter stelt vragen zoals: 1. wat willen de ouders zelf precies en wat wil het kind; 2. wat is het belang van het kind; 3. kunnen de ouders een onderscheid maken tussen de partnerrelatie en de ouder-kind relatie. Het door beide ouders kunnen en willen nakomen van de afspraken is een belangrijke graadmeter voor de beslissing van de rechter. Wanneer ouders het oneens zijn over de organisatie van de huisvesting van het kind, kan de rechtbank de uitoefening van het ouderlijk gezag uitzonderlijk ook exclusief aan één van de ouders opdragen. De andere ouder behoudt het recht om een persoonlijk contact met zijn kinderen te onderhouden. Indien de ouders het ook hier net samen eens raken over de uitwerking hiervan, dan kan de rechtbank de uitoefening van een omgangsrecht bepalen. De ouder die het ouderlijk gezag uitoefent, heeft hierbij de plicht de kinderen voor te bereiden op de omgang met de andere ouder en ze daartoe aan te moedigen. Kort samengevat: 1. de moeder kan niet zomaar eenzijdig beslissen dat zij het alleen ouderschap krijgt, die beslissing ligt bij de rechter als men het samen niet eens wordt; 2. is men het samen niet eens over het recht van de bezoekersregeling dan zal de rechter de omgangsregeling bepalen; 3. Het hoederecht is sedert 2006 uit de Burgerlijke Wetgeving ouderlijk gezag verdwenen, sedert die datum dient er altijd in eerste instantie sprake te zijn van co-ouderschap tussen beide ouders. Als een van de partijen het co-ouderschap afwijst terwijl de andere partij er om vraagt dient de rechter het verzoek te onderzoeken. 4. Aangezien een gelijkmatig verdeeld verblijf bij de ouders op grond van de Burgerlijke Wetgeving ouderlijk gezag artikel 374 B.W. sinds 2006 steeds de voorkeur geniet worden de moeders op dit vlak niet meer voorgetrokken.

Bronnen:
http://www.kinderrechtswinkel.be/index.php...
https://www.notaris.be/echtscheiden/echtscheiding

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100