Als het mistig is zit er dan minder zuurstof in de lucht?

Zal geen groot verschil zijn lijkt me want we leven nog, maar al die waterdruppels nemen toch een plek in....?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het volume van vloeibaar water verhoudt zich tot het volume van gasvormig water (waterdamp) als 18 : 22.400 Een grammol water weegt 18 kg (is gelijk aan het molecuulgewicht) deze 18 kg hebben een volume van 18 liter omdat het soortelijk gewicht van water een is. Een grammol van elk willekeurige gas heeft een volume van 22,4 kubikemeter. Dit geldt ook voor water dus een grammol water (18kg) heeft een volume van 22,4m3 De hoeveelheid waterdamp in de lucht is afhankelijk van de dampspanning van water zie grafiek1 bron1 Als het mistig is, er dus veel water is in de lucht, en de buiten temperatuur is bijvoorbeeld 5 graden dan zie je in de grafiek dat de lucht maximaal 10% waterdamp zal bevatten. Omdat de waterdamp moleculen de plek innemen van zuurstof en stikstofmoleculen in de lucht, bevat de lucht bij een maximale luchtvochtigheid bij 5graden nog 18% zuurstof. De hoeveelheid vloeibaar water in de lucht is dus verwaarloosbaar ten opzichte van de hoeveelheid gasvormig water. Hiermee is je vraag beantwoord

Bronnen:
https://meteoijsselmuiden.nl/wk_chap06

Nee, bij mist zit er evenveel zuurstof in de lucht. Het water dat je als mist ziet zat al in de lucht, maar dan als losse moleculen (zeg maar). Bij mist zitten ze in fijne druppeltjes. Maar de hoeveelheid is hetzelfde

Als er mist is zweven er hele kleine waterdruppeltjes in de maximaal met gasvormig H20 verzadigde lucht. Die nemen inderdaad een beetje plaats in, en dus kun je wél degelijk stellen dat er iets minder zuurstof in “de lucht” is. De extra hoeveelheid druppeltjeswater, die in mistomstandigheden niet als gasvormig water kan bestaan, is aanwezig bovenop de hoeveelheid gasvormig H20 die ook in verzadigde lucht zit als er nog net geen condensatie op is getreden. Maar bij het inademen filteren we die druppeltjes er uit met het luchtfilterende labyrinth in en achter onze neus, of in het geval we met open mond lopen te hijgen (of zitten te koersen op onze racefiets), vangen we ze op langs de keel en luchtpijp. Het lichaam weet daar wel weg mee (zeker bij een coureur), en de longen doen met de overblijvende verzadigde (maar niet meer ‘natte’) lucht hetzelfde als anders op een vochtige dag waarop nog net geen mist is ontstaan. Om dezelfde hoeveelheid lucht met zuurstof in onze longen te krijgen halen we dus een héél klein beetje vaker, of dieper, adem. Want door het afscheiden van de druppeltjes is het ingeademde volume lucht+water nu een iets kleiner volume lucht geworden. Met nog steeds wel de oorspronkelijke hoeveelheid gasvormig H20. En dezelfde hoeveelheid gasvormig O2, en daar was het om te doen. In de lucht zit dus een beetje nat water, en bijgevolg iets minder zuurstof. Maar ons lichaam scheidt dat vloeibare H20 meteen in het luchtfilter af en de longen verwerken daarna alleen de resterende lucht.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100