Hoe kan het dat er in Zuid-Limburg nooit matig tot hevig onweer voorkomt?

Ik volg de situatie al 6 jaar. Het resultaat is misselijkmakend.
Vrijwel elke bui met actief onweer er in of enkele ontladingen die op ramkoers ligt voor ons stukje van de provincie, zwakt vrijwel direct na binnentreden van deze regio geheel af. Verder ontstaat er ook zelden of nooit een bui die direct een rode pit ontwikkeld of een eventuele donderkop met uberhaupt onweer, om maar te zwijgen van een noemenswaardig aantal ontladingen.
Suggestie na amateur onderzoek:
- Het ligt aan een gebrek aan natuurlijke wateren zoals meren, rivieren of bronnen
- Het ligt aan de grondsoort die niet genoeg warmte opneemt of deze sneller loslaat, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de zanderige grond rondom Noord-Brabant
- Er word niet genoeg onstabiliteit opgewekt door het licht glooiende landschap.
- De buien worden vernietigd doordat er veel 'hagelkannonen' staan. (Deze suggestie wordt door mijzelf het minst serieus genomen, maar komt vaker uit de mond van anderen).

Alvast heel erg bedankt als er een meteoroloog of geinteresseerde mij kan helpen eindelijk een antwoord te vinden op deze vraag, beter gezegd dit mysterie !

Weet jij het antwoord?

/2500

Heb je gedacht aan mogelijkheden van lijzijdes van de "bergen" in de ardennen. Hierdoor stijgen de wolken, koelen af en kunnen daardoor minder water bevatten. Resultaat is dat buien daardoor inderdaad altijd afzwakken.

Belangrijk voor de vorming van onweer is aanwezigheid van enige onstabiliteit in de atmosfeer. Dit kan door twee manieren. Door zogenaamd warmte-onweer en frontaal-onweer. Warmte-onweer is sterk stijgende warme lucht die in koudere bovenlagen van de atmosfeer terecht komt en daar onweer vormt. Dit zijn lokaal voorkomende buien. Frontaal-onweer ontstaat als warme lucht en koude lucht langs een buienlijn elkaar ontmoeten. Met deze wetenschap is het eenvoudig te verklaren waarom er op bepaalde plaatsen (grofweg Zeeland/West-Brabant/Zuid-Holland/Noord-Holland en rond het IJsselmeer) meer en zwaarder onweer voor komt dan bv in Zuid-Limburg. Immers, de lucht boven zee is vrijwel altijd van een andere temperatuur dan die boven land - in de zomer kouder, in de winter warmer. Hierdoor ontstaan er in de gebieden die ik eerder noemde sneller lijnen waar deze temperatuur verschillen optreden en is dus grotere kans dat er onweer ontstaat (vooral als er aan de grond aanvoer van warme lucht is door wind uit het zuiden tot oosten en in de bovenlaag een noordelijke tot westelijke stroming plaats vind). In Zuid-Limburg waar er veel minder kans is dat die twee weerstypes elkaar treffen moet je het dus meer van warmte-onweer hebben. Hoewel dat ook best heftig kan zijn is het veel lokaler van aard. Dus kan het zijn dat het ene dorp zwaar onweer heeft terwijl je een dorp verder op het terras kunt zitten... In de bijgevoegde link van het KNMI zit een kaartje met daarop het gemiddelde aantal onweersdagen per jaar. Let wel, het is een gemiddelde over vele jaren, het kan per jaar verschillen en zegt ook niets over de heftigheid van onweer.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Onweer
http://www.knmi.nl/cms/viewimage.jsp?number=23763

Een bekende van mij, die amateurweerkundige is, zegt het volgende: "Als je naar noord-Nederland kijkt, zie je ook vaak uitgeblust onweer terwijl het in de Betuwe en het westen van noord Brabant enorm knettert. Er zijn voorkeursgebieden in Nederland, dat klopt. Ook terug te vinden in de Bosatlas zelf. Het feit dat er meer reliëf is dan haar omgeving zou orografische convectie moeten opleveren. Het levert zeker op en kan helpen om de instabiliteit van de buien te vergroten na het passeren van de buien. Onweer ontstaat met name door andere processen waarbij dauwpunt, vocht, temperatuur, wind en Cape/lifting (instabiliteit atmosfeer) van belang zijn. Cor, de natuur bepaalt waar het onweer losbarst. Het gaat met name om de plek waar de verschillende luchtsoorten (droog en warm en vochtig koel) elkaar ontmoeten. Die scheidingslijnen, de zogenaamde convergentielijnen, komen elkaar vaak tegen op de lijn Utrecht-Parijs, terwijl de oorsprong van instabiliteit en onweer vaak is terug te vinden ter hoogte en net ten oosten van Bordeaux langs Normandië en onze kust (zeewindfronten). Wat ik zelf vaak zie is dat de ontstane onweersbuien in al hun hevigheid worden meegevoerd naar het noord/noordoosten en boven ons land afbuigen met de hoogtestroming naar het noordwesten. Er splitsen zich dan cellen af over Noord en Zuid Holland en Noordzee en met name ten zuidoosten van Limburg. Kortom, ik ga met je mee als je hebt over voorkeursgebieden zoals ik die aangeef, al komt Limburg ook best wel eens aan bod hoor. Net als wij vandaag in Noord Nederland. Mooi op de radar te zien hoe snel die buien ontstonden." Aldus de amateurweerkundige.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100