Wanneer hebben voetgangers voorang?

De ene keer is het "rechtdoorgaandverkeer gaat voor afslaand verkeer" (dus ook voetgangers) de andere keer is het voetgangers zijn geen bestuurders en hebben dus geen voorang. Wat is het nou ? :(

Weet jij het antwoord?

/2500

Wanneer je afslaat dan moet aan alle andere verkeersdeelnemers voorrang verlenen. Aangezien voetgangers en fietsers ook verkeersdeelnemers zijn, moeten die, als ze rechtdoor gaan, vrije doorgang krijgen van afbuigend verkeer. Deze regel geldt altijd, ook als er geen zebrapad is.

Een voetganger is verplicht om het zebrapad te gebruiken als het zich op minder dan 30 m. afstand bevindt. Bestuurders (ook fietsers) die het zebrapad naderen, moeten voorrang verlenen aan voetgangers die op het punt staan om over te steken of al aan het oversteken zijn. Hoewel de voetganger voorrang heeft mag hij natuurlijk niet zomaar de straat oversteken. Hij moet rekening houden met het aankomende verkeer. Door oogcontact te maken met de bestuurder weet de voetganger dat hij hem gezien heeft en weet de bestuurder ook dat de voetganger wil oversteken. Als fietser hebt u geen voorrang op het zebrapad. U kunt uw fiets natuurlijk wel aan de hand nemen en op die manier het zebrapad als voetganger gebruiken. Een tram heeft altijd voorrang op andere weggebruikers, behalve wanneer het verkeer geregeld wordt door een agent of door verkeerslichten. Ook als een zebrapad de tramsporen kruist, moeten de voetgangers voorrang verlenen aan de tram. Over het algemeen: Voetgangers hebben ALTIJD voorrang bij een geldig zebrapad (Afbeelding 1: voetganger heeft voorrang) (Afbeelding 2: voetgangen heeft GEEN voorrang) Toegevoegd na 1 minuut: Afbeelding 1: http://www.gratisrijbewijsonline.be/zwakvoetwet/afbeeldingen/zwakvoetwet20.JPG Afbeelding 2: http://www.gratisrijbewijsonline.be/zwakvoetwet/afbeeldingen/zwakvoetwet25.JPG

Bronnen:
http://www.gratisrijbewijsonline.be/zwakwet.htm
http://www.lokalepolitie.be/5440/vraag-a-a...

Het ligt aan de regel die van toepassing is. Ik zal twee voorbeelden noemen.   Eerste voorbeeld: Jij slaat rechtsaf op een gelijkwaardige kruising, een voetganger (die in dezelfde richting loopt als waarin jij oorspronkelijk rijdt) wil rechtdoor. In dit geval geldt de regel dat rechtdoorgaand verkeer voorrang heeft op afslaand verkeer. De voetganger gaat rechtdoor. Die voetganger is geen bestuurder, maar wel verkeer. En de regel zegt dat rechtdoorgaand VERKEER voorrang heeft - dus heeft deze voetganger voorrang.   Tweede voorbeeld: Jij komt uit een zijweg en je wilt een voorrangsweg oversteken. Een voetganger loopt langs de voorrangsweg, hij volgt de voorrangsweg. In dit geval geldt de regel dat jij, komend uit de zijstraat, voorrang moet verlenen aan alle bestuurders die vanaf de voorrangsweg komen. De voetganger komt weliswaar ook vanaf de voorrangsweg, maar hij is geen bestuurder. De regel zegt dat alleen BESTUURDERS voorrang hebben - dus heeft deze voetganger geen voorrang.   Je zult dus bij elke regel niet alleen moeten weten wat de regel zegt over de voorrang, maar ook of de regel het over 'verkeer' of 'bestuurders' heeft. --  Een regel die het over 'verkeer' heeft (of over 'verkeersdeelnemers') is ook van toepassing op voetgangers. --  Een regel die het over 'bestuurders' heeft is niet van toepassing op voetgangers.  

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100