Welke wet heeft voorrang?

Nou stelt Artikel 55 lid 2 uit het Wetboek van Strafvordering:

’‘Zowel in geval van ontdekking op heterdaad als buiten dat geval kan iedere opsporingsambtenaar, ter aanhouding van den verdachte, ELKE plaats betreden.’‘

Algemene Wet op het Binnentreden (AWBI) stelt:

’‘In de gevallen waarin het binnentreden van plaatsen krachtens een wettelijke voorschrift is toegelaten, geschiedt dit buiten het geval van ontdekking op heterdaad niet:
(*lijstje met plaatsen*)’‘

Nu spreekt artikel 55 de AWBI tegen (of net andersom). Want volgens artikel 55 lid 2 mag je dus elke plaats betreden, maar AWBI zegt nee, er zijn uitzonderingen.

Welke wet heeft dan voorrang? Hoe weet je dat?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Even los van de vraag of hier sprake is van tegenstrijdigheid, in het recht geldt het adagium Lex specialis derogat lex generalis. Dat wil zeggen dat een speciale wet voorrang heeft op een algemene wet. In dit geval gaat de AWBI voor, en zijn alle andere wetten waarin iets voorkomt over binnentreden van een lagere orde.

Je mag (*lijstje met plaatsen*) niet betreden, TENZIJ het een ontdekking op heterdaad betreft. (zo lees ik "buiten het geval van ontdekking op heterdaad") Toegevoegd na 9 minuten: Dus er is geen voorrang, omdat er geen tegenspraak is. Toegevoegd na 54 minuten: Dank je voor de reactie, ik zie nu waar de "tegenspraak" zit; artikel 55 zegt inderdaad dat een opsporingsambtenaar elke plaats mag betreden om een verdachte aan te houden, heterdaad of niet (maar er is wel sprake van "verdachte", dus niet zomaar iedereen). AWBI zegt dat waar binnentreden is toegelaten (bijvoorbeeld krachtens Artikel 55 lid 2), dat dit toch niet gebeurt (dus het mag wel, maar gebeurt niet, beetje vreemd, maar kan juist zo gesteld worden om een letterlijke tegenspraak te vermijden) als het 1 van de plaatsen in het lijstje betreft, TENZIJ het een heterdaad betreft. Sorry voor de complexe zin :) Dus een echte tegenspraak wordt uiteindelijk toch vermeden.

In principe mag je bijvoorbeeld een huis als opsporingsambtenaar niet binnentreden tenzij er sprake is van accuut gevaar , een aanhouding op heterdaad of een aanhouding buiten heterdaad ( waarvoor dan wel toestemming nodig is vaak in de vorm van een huiszoekings of aanhoudingsbevel) Op deze regel is een uitzondering gemaakt voor drie plaatsen , daar mag je alleen naar binnen voor een aanhouding op heterdaad en dus verder niet ( kerk staten generaal tijdens de vergadering en tijdens de rechtzitting) het is dus naar mijn idee eerder een aanvulling.

Is afhankelijk van de omstandigheden. In principe mag volgens de grondwet nooit een perceel betreden worden door een opsporingsambtenaar, de grondwet dienen we allemaal te respecteren. Het wetboek van strafvordering, een wet die de werking van de grondwet moet garanderen, geeft aan dat er gevallen zijn waarin de rechten van het ene persoon zwaarder wegen dan die van het andere persoon en staat een binnentreding onder voorwaarde toe. Om die voorwaarde te garanderen en dus de werking van de grondwet in al zijn waarde te respecteren is op artikel 55 lid 2 strafvordering de Algemene Wet op het Binnentreden gebaseerd. In beginsel ligt de basis van het binnentreden in de Algemene Wet op het Binnentreden, echter per geval kan het anders liggen en kan men zelfs geheel terug moeten naar de grondwet en is binnentreding helemaal niet gerechtvaardigd.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100