Bestaat er zoiets als een omgangsregeling voor kleinkinderen en hoe werkt dat in de praktijk?

Weet jij het antwoord?

/2500

Ja, dat bestaat er. Via de rechter kan je een verzoek indienen als je je kleinkinderen wilt zien maar niet in staat wordt gesteld. Omgangsregeling voor grootouders met kleinkinderen Ook grootouders kunnen aan de rechter verzoeken om een omgangsregeling met de kleinkinderen vast te stellen. In de volgende zaak bepaalde de rechter dat de mate van contact vóór het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling voldoende was: meer contact met de grootouders dan reeds het geval was zou niet in het belang van de kleinkinderen zijn, aldus de rechter.

Er zijn zeker mogelijkheden om te regelen dat je je kleinkinderen kunt zien. Je zou dat via de rechter kunnen regelen. Maar je zou ook een een scheidingsmakelaar kunnen inschakelen. Zoek maar eens op internet op scheidingsmakelaar.nl. Ze zitten door heel Nederland en kunnen perfect helpen bij deze problemen. Zij zijn gespecialiseerd in deze zaken en hun aanpak kan iets relaxter zijn dan de rechter.

Ja dat is zeker mogelijk. Je hebt er de rechter voor nodig om het te bewerkstelligen. Overigens is het moeilijker om een grootouders bezoekregeling te krijgen dan een ouder-bezoekregeling te treffen. De kans is wel groot dat jullie eerst naar een mediator worden gestuurd. Als het daar niet tot oplossing komt, doet alsnog de rechter een uitspraak. Het voordeel van de grootouders bezoekregeling is dat hij naast de bestaande bezoekregeling kan plaatsvinden. De kinderen zijn dan dus effectief minder bij de verzorgende ouder.

Ja, die mogelijkheid is er. Je kunt als grootouder een verzoek tot vaststellen van een omgangsregeling met een kleinkind indienen bij de rechtbank. Dit verzoek wordt beoordeeld op grond van het artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek. Ingevolge het eerste lid van dit artikel bestaat er een recht op omgang tussen de minderjarige en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot haar staan. Op grond van het tweede lid van dit artikel stelt de rechter desverzocht, al dan niet voor bepaalde tijd, een omgangsregeling vast of wordt de omgang ontzegd op grond van een van de in lid drie limitatief opgesomde ontzegginggronden. Bij toetsing door de rechter voor de ontvankelijkheid van zo’n verzoek ligt de vraag voor of de grootouders in een nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarige staan. Op grond van vaste jurisprudentie betekent dit dat de grootouders, naast het zijn van grootouders (de familieband), bijkomende omstandigheden moeten stellen, waaruit voortvloeit dat er tussen hen en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als family life in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (‘lees: family ties’). Er dient dus aannemelijk te worden gemaakt dat de contacten tussen de grootouders en de minderjarige qua frequentie en vorm in het verleden meer hebben omvat dan het normale contact dat tussen grootouders en kleinkinderen bestaat.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100