Waar komt de uitdrukking vandaan "uit de kast komen"?

Weet jij het antwoord?

/2500

Quest heeft deze vraag al eens beantwoord. Zie https://www.quest.nl/maatschappij/cultuur/a25586727/uit-de-kast-komen/. Uit de kast komen is een directe vertaling van de Engelse uitdrukking ‘coming out of the closet’. Maar waarom komen homo's uit de kast, en niet uit bijvoorbeeld de la? De oorsprong van de uitspraak 'coming out of the closet' is tweeledig. Het eerste deel verwijst naar de 'coming out-feesten' die aan het begin van de 20ste eeuw onder andere in het Verenigd Koninkrijk werden gehouden. Op die feesten presenteerden jonge welgestelde vrouwen, die de huwbare leeftijd hadden bereikt, zich aan vrijgezelle mannen uit de hoogste kringen. Naar analogie van die feesten gebruikten homo’s de term 'coming out' zodra ze in de homoseksuele gemeenschap werden geïntroduceerd. Sinds de jaren vijftig komen homo's uit de kast Maar waarom komen homo's dan uit de kast, en niet uit een ander meubelstuk? De toevoeging van de kast kwam in de jaren 50, toen de bewegingen voor homorechten opkwamen. Een coming out werd toen niet langer geassocieerd met ergens geïntroduceerd worden, maar met het ontsnappen aan de onderdrukking van je seksuele geaardheid en aan een stiekem leven. Het lijk mag eindelijk uit de kast Die kast komt van de bekende uitdrukking 'skeleton in the closet', in het Nederlands bekend als 'een lijk in de kast'. Die zegswijze wordt gebruikt voor een geheim of probleem dat al langer bestaat, maar dat nu pas aan het licht is gekomen.

Bronnen:
https://www.quest.nl/maatschappij/cultuur/...

Uit de kast komen is figuurlijk bedoeld. Het woord kast (ook vaak kas genoemd) is een oude benaming voor gevangenis. Naar de kas gaan, in de kas zitten = naar de gevangen is gaan, in de gevangenis zitten. Als homoseksueel zat je vroeger als het ware in een gevangenis, je zat 'gevangen'. Als je er voor uit durfde te komen dat je homoseksueel was, dan kwam je uit deze 'gevangenis'. Je kwam uit de kast / Je kwam uit de kas. Ook studenten gebruikten het woord 'kast' of 'kas', als benaming voor hun kamer. 'Ik heb de hele dag op mijn kast gezeten.' Bronnen: oude woordenboeken Koenen en Van Dale.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100