Waarom zijn zoveel verschillende uitkeringen en belastingen inkomensafhankelijk?

In Nederland moet je meer inkomensbelasting betalen naar mate je meer verdient, en krijg je minder uitkering naar mate je meer eigen vermogen/inkomen hebt. Vind ik logisch. Maar waarom zijn er zoveel andere regeltjes die ook allemaal inkomensafhankelijk zijn? Huursubsidie, zorgtoeslag, studiefinanciering, allerlei verschillende kleine gemeentepotjes, en vast allerlei andere belastingen en toeslagen die ik vergeet.

Waarom kunnen we de het niet gewoon houden bij een inkomensafhankelijke berekening voor een uitkering of inkomensbelasting en vervolgens al die andere berekeningen die met inkomen te maken hebben afschaffen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dit heeft te maken met het Nederlandse ideaal van inkomensnivellering. Dit is het socialistische ideaal dat inkomens dichter bij elkaar moeten liggen. De zwaarste lasten worden gedragen door de sterkste schouders en de zwakken in de samenleving worden ondersteund. Al die toeslagen en extra's zijn noodzakelijk voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Het heeft buiten een economisch effect ook een effect dat mensen even veel kansen krijgen in onze maatschappij. Laten we bijvoorbeeld studeren nemen. Veel van de studenten komen uit rijke gezinnen waar ze veel geld krijgen van pappa en mamma. Echter er zijn ook studenten aan de onderkant van de samenleving die door hard werken naar boven zijn geklommen. Als we alle studenten zoveel geld geven dat ze er van kunnen leven hebben we te weinig geld. Als we iedereen even veel geld geven krijgen de studenten aan de onderkant te weinig. Moeten werken of enorm lenen. Wat voor hun weer enorm nadeel heeft in de studie. Echter als we het zo aanpakken dat de studenten die toch al omkomen in het geld niet zoveel krijgen en de studenten die het nodig hebben meer. Dan is het veel eerlijker. Het nadeel dat hier wel aan kleeft is het principe van de armoedeval. Dit houdt in dat als je in de bijstand zit en je daarna voor minimumloon gaat werken. Dan loop je ineens een heleboel van die extraatjes mis wat betekend dat je er financieel op achteruit gaat. Dit is natuurlijk moeilijk te verdedigen.

Om dezelfde reden; mensen met lagere inkomens worden geacht meer steun nodig te hebben, en mensen met hogere inkomens worden geacht meer bij te dragen. En aangezien het met al die toeslagen (huursubsidie bestaat al een paar jaar niet meer), financieringen, en belastingen de achterliggende gedachte is om de minder draagkrachtigen te steunen / de lasten zo eerlijk mogelijk te verdelen, zie je dit als terugkerend patroon in de meeste van deze regelingen.

Nivelleren of 'inkomenspolitiek' is hierin het motto! Overheden nivelleren vaak, volgens sommigen ten onrechte, vanuit het gelijkheidsbeginsel. Tegenstanders claimen dat gelijke behandeling niets met het afromen en herverdelen van inkomen te maken heeft. Het is een manier voor de overheid om welvaart naar zwakkere groepen over te dragen. Dit kan ook een economisch motief hebben: mogelijk zal er meer geld worden uitgegeven, zodat de consumptie toeneemt. Ook vinden sommige politieke partijen dat belastingkosten zodanig verdeeld moeten worden dat "de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen". Ten slotte wil de huidige regering voorkomen dat door de inkomensverschillen bepaalde groepen beneden de armoedegrens vallen.

Ze zijn vooral bedoeld als verkapt instrument ter bestrijding van de armoede. Met name de huursubsidie is eerder een inkomensinstrument dan een volkshuisvestingsinstrument. Zelfs als het loon 20 procent hoger ligt dan de uitkering zal de betrokkene er financieel nog nauwelijks beter van worden, omdat de reële winst voor een groot deel wordt tenietgedaan door het verlies aan inkomensafhankelijke subsidies. Bovendien kost een baan ook geld. Niet elke nieuwe broek en niet elk tramkaartje wordt door de werkgever vergoed. Vandaar dat wordt gesproken over de armoedeval: door de inkomensafhankelijke subsidies worden mensen de gevange van hun eigen armoede. De kosten voor uitvoering van verschillende van deze regelingen schrikbarend hoog. Ze beinvloeden de regelingen het keuzegedrag van burgers, waardoor sectorale markten worden verstoord. zijn inkomensafhankelijke regelingen in zekere zin betuttelend. De overheid maakt uit waaraan arme mensen hun geld het beste kunnen uitgeven. Ze krijgen geen contant geld, nee, de overheid bepaalt waaraan het geld moet worden besteed. Deze politiek was in de jaren ’70 welllicht heel normaal, tegenwoordig lijkt zij uit de tijd. Dit betekent dat uitkeringen en minimumloon substantieel moeten worden verhoogd en dat tegelijkertijd het gat tussen de netto-uitkering en het nettoloon met fiscale middelen moet worden vergroot. (Door gelijktijdig de werkgeverslasten aan de onderkant van het loongebouw te verlagen hoeft deze inkomensverbetering niet ten koste te gaan van de werkgelegenheid). En het betekent ten slotte dat de inkomensafhankelijke regelingen geleidelijk moeten worden afgebouwd. Het zal heel veel geld kosten, maar Paars II was er toch niet alleen voor de rijken ?

Bronnen:
http://www.dataweb.nl/~cool/SvHG/SchijnDeb...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100