Wie gaat er de hort op en waar vind je die?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

. Op den hort zijn (of gaan), d.w.z. er vandoor zijn of gaan; ook voor zijn pleizier er op uit zijn; hij is op den hort gegaan, d.i. aan den haal gegaan, bijv. met een vrouw. Dit hort (vgl. horten en stooten) zal wel hetzelfde woord zijn, dat voorkomt in het mnl. hort (huert) sijn, weg zijn, dat ook nog in de 17de eeuw wordt aangetroffen (Mnl. Wdb. III, 606 en Oudemans III, 166), waarnaast ook gebruikt werd hor zijn en hor (of horrie) gaan; vgl. Sewel, 346: Het touw is gebrooken, de vlieger is hor. Thans zegt men in de Zaanstreek nog hortekie wezen (Boekenoogen, 350). In de 18de eeuw in Boere-krakeel, 195: de hort opmoeten; bl. 208: de hort opgaen. Zie ook V. Schothorst, 145: hij is hurt of den hurt op; Landl. 12: Arremoedzaaiers die met de [p. 371]nachtboot de hort opmotte; bl. 31: Nou, toe is die meid dan de hort op geraakt; S.M. 40: Ze was toen al veertien dagen weg, maar niet op de hort. Syn. is op stok zijn of gaan (Indië) van een vrouw of een knecht gezegd; de jort op zijn (in A. Jodenh. II, 28); aan den bentel gaan, de runnik op gaan, aan de flort gaan, aan de gnart gaan (De Vries, 63).

Bronnen:
google

De 'hort op' is een algemeen geaccepteerd excuse..

De hort op is denk ik hetzelfde als de bloemetjes buiten zetten. Ga ik vanavond niet meer doen. Wat precies een hort is weet ik niet.

Iedereen kan de hort op gaan. Hort is te vergelijken met weg zijn. Het is geen plaatsnaam of bestemming, maar weg..... van je vrouw bijvoorbeeld.

Betekent dat iemand er niet is, even weg is.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100