Waarom wordt "u" vaak gebruikt in de derde persoon, en niet in de tweede persoon?

"U" zou net als "jij" een tweede persoon moeten zijn. Toch wordt het, als je naar de werkwoorden kijkt, vaak als derde persoon behandeld.

Voorbeelden:

Jij hebt - Hij heeft - U heeft
Ga jij - Gaat hij - Gaat u
enz.

Maar bij het werkwoord "zijn" is dat weer niet zo:

Jij bent - Hij is - U bent

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Zie het onderstaande, gevonden op wikipedia: origineel was U 3e persoon, maar tegenwoordig wordt het vooral als 2e persoon gebruikt, kan dus beide.. "Geschiedenis; stijlverschil Het woord u is oorspronkelijk een derde persoon. Afgeleid van "Uwe Edelheid", werd het via "Uwé" afgekort tot zijn huidige vorm "u". Vandaar dat de vormen van de derde persoon oorspronkelijk juist zijn: u heeft, u kan, u wil, u zal, u is. Maar tegelijkertijd wordt met het woord u natuurlijk altijd de aangesproken persoon aangeduid, en zo werd het woord geïdentificeerd met jij: beide werden als tweede persoon opgevat, het ene als beleefdheidsvorm, het andere in informeel gebruik. De vormen van de tweede persoon werden bij u nu aanvaardbaar: u hebt, u kunt, u wilt, u zult, u bent. Tegenwoordig zijn die laatste vormen de meest gebruikelijke. De eerste set is echter niet fout; hooguit kan hij als formeel of zelfs ouderwets worden ervaren."

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hete_hangijze...

U moet meer zijn dan jij... En als jij tweede persoon bent, dan moet U wel de derde zijn... Wij, de majesteit van de koningin, zeggen dat in alle eerlijkheid...

Ik denk eerlijk gezegd dat het verkeerd gebruikt Nederlands is, net als het gebruik van HUN in de betekenis van ZIJ of HEN. Hun hebben dat gedaan, moet zijn: Zij hebben dat gedaan. Het is van hun, moet zijn: het is van hen. Kortgezegd: spreektaal, wat uiteindelijk ingeburgerd is. Komen we niet meer vanaf... jammer genoeg.

Wij, Martijn Lodewijk, baron van keuken tot woonkamer (via gang). Zijn het het niet helemaal eens met het voorgaande antwoord. Wij vinden het namelijk net als vraagsteller ook vreemd dat de derde persoon gebruikt wordt voor de u-vorm, maar wij zijn gevoelsmatig toch zelf geneigd wel deze vorm zelf ook te gebruiken in het dagelijks spraakgebruik. Op de een of andere manier komt het, zo denken wij, netter en / of formeler over, terwijl de tweede persoon toch correcter zou zijn. Het antwoord zal denk ik (dat is mijn mening) dus zijn dat het met taalgevoel te maken heeft, dat het dus netter klinkt om de derde persoon te gebruiken, ondanks dat de officiële afspraak hierover anders is. Toch gebruik ik wel weer 'u bent' in plaats van 'u is'. Toegevoegd op 07-05-2009 12:38:44 P.S. Met 'het voorgaande antwoord' bedoel ik dat van Xinix.

U blijft gewoon tweede persoon. Je verwijzing naar de derde persoon kan je niet vaststellen op basis van die extra -t. Kijk naar het werkwoord ZIJN: Jij bent / U bent. Maar HIJ is. "U" is dus gewoon 2e persoon (de gesprekspartner, niet iemand anders) en heeft haar eigen vervoegingen.

De werkwoordvervoeging bij 'u' is van sowieso derde persoon enkelvoud in het Nederlands. Het wordt niet alleen 'vaak zo behandeld', het is gewoon de correcte werkwoordvervoeging bij die aanspreekvorm. De uitzondering die je noemt ('u bent') is relatief nieuw. Oorspronkelijk was dat ook gewoon 'u is'. Lees bijvoorbeeld eens de boeken van Couperus, daar komt deze vorm nog in voor. Overigens wordt in andere talen het equivalent van 'u' ook vaak gebruikt met andere vervoeging dan de tweede persoon enkelvoud/meervoud. Bijvoorbeeld in het Spaans, waarin usted/ustedes (anders dan in het Nederlands is hier een enkelvoud én een meervoud) wordt gebruikt met derde persoon enkelvoud/meervoud. En in het Frans wordt 'vous' wel gebruikt met tweede persoon, maar dan altijd de meervoudsvervoeging, ongeacht of je tegen één persoon spreekt.

Het voornaamwoord u was oorspronkelijk een derde persoon (de vorm is afgeleid van uwe edelheid). Daarbij hoorde natuurlijk een werkwoordsvorm voor die derde persoon: u heeft, u is, u kan en u zal. Tegenwoordig zien we u echter als de beleefdheidsvorm van de tweede persoon je/jij (en jullie). Dat pleit voor een werkwoordsvorm die daarmee in overeenstemming is: u bent, u kunt, u zult en dus ook u hebt. Veel taalgebruikers voelen een subtiel stijlverschil tussen u zult en u zal, u kunt en u kan en u hebt en u heeft: de ene vorm klinkt voor hen 'beleefder' dan de andere. Dat is echter vooral een kwestie van smaak.

Bronnen:
www.onzetaal.nl/advies/uhebt.php

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100