Waarom is het: een leuke stad, maar aan de andere kant weer: een leuk land?

Het zijn allebij geografische plekken. En hier is altijd nog wat gedoe om als het om talen gaat.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De stad is een zogenaamd de-woord (dus mannelijk of vrouwelijk). Het land is een het-woord. Bij de-woorden zeggen we leuke: een leuke stad, een leuke jongen. Bij het-woorden zeggen we leuk: een leuk land, een leuk kind. Hetzelfde geldt overigens voor andere bijvoeglijke naamwoorden: --  een grote stad, een grote jongen --  een groot land, een groot kind Dit zijn nu eenmaal de regels van het Nederlands. Vaak moeilijk voor buitenlanders, terwijl wij het automatisch goed doen.

Dat komt doordat stad en land niet hetzelfde woordgeslacht hebben: stad is een de-woord (het is de stad) en huis is een het-woord (het is het land). Voor een de-woord komt er bijna altijd een buigings-e achter het bijvoeglijk naamwoord: een mooie stad (het is ook de mooie stad). Voor een het-woord gebeurt dat niet als er een voor het bijvoeglijk naamwoord staat: een mooi land (het is wel het mooie land). Uitleg regels: Er komt wel een e achter het bijvoeglijk naamwoord als: 1. er een de-woord op volgt: de snelle auto, een mooie woning; 2. er een meervoud op volgt: snelle auto’s, mooie woningen, mooie huizen; 3. er een het-woord op volgt én het voorafgegaan wordt door het, mijn, jouw, zijn, haar, uw, ons, jullie, hun of de bezitsvorm van een eigennaam: het mooie schilderij, ons mooie huis, uw lekkere recept, hun oude autootje, Lisa's kleine zusje. Er komt geen e achter het bijvoeglijk naamwoord als: 1. er een het-woord op volgt én er geen ander woord voor staat: 'Leuk huis hebben jullie', 'Mooi dingetje, die Apple'; 2. er een het-woord op volgt én het voorafgegaan wordt door het onbepaalde lidwoord een: een stoer meisje, een mooi jongetje; 3. er een het-woord op volgt én het voorafgegaan wordt door het woord ander, anderhalf, één, elk, enig, geen, genoeg, ieder, meer, menig, minder, te veel/weinig, veel, weinig, welk, zo'n of zulk: ander vreemd geld, anderhalf belegd broodje, elk lief kind, enig goed nieuws, geen klein park, genoeg slap gepraat, meer lekker eten, menig nieuw Kamerlid, minder schoon water, te veel/weinig contant geld, veel mooi werk, welk slim kind, weinig goed nieuws, zo'n brutaal nest, zulk mooi weer.

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/mooihuis.php

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100