Is 'biels' enkelvoud of meervoud?

Een collega vertelde mij dat dwarsliggers, die in de volksmond 'bielzen' worden genoemd, eigenlijk 'biels' zijn.

Dus niet, zoals men bij mijn weten zegt, één biels - twee bielzen, maar: één biel, twee biels.

Klopt dat?
 

Weet jij het antwoord?

/2500

Nee dat klopt niet. Van dale zegt erover: biels (de; v(m); meervoud: bielzen) 1dwarsligger voor spoorrails

Bronnen:
http://www.vandale.nl/opzoeken?pattern=bie...

De collega heeft gelijk. Het vrijwel altijd gebruikte meervoud biels werd op den duur opgevat als enkelvoud; vervolgens werd in het Nederlands eerst bielsen en later bielzen als meervoud gevormd. Dit kon gebeuren doordat dergelijke dwarsliggers, in de jaren 1960 door de tuinarchitecte Mien Ruys (‘Bielzen Mien’) geïntroduceerd in tuinen, zeer in de mode raakten. In het Belgisch Nederlands is de oorspronkelijke vorm biel(e), meervoud bielen, bewaard gebleven.

Bronnen:
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/biels

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100