Waarom hebben we het over bv. een lange en korte 'a' terwijl dit twee verschillende klanken lijken te zijn?

Naar aanleiding van deze vraag over hoe je 'apart' uitspreekt:

http://www.goeievraag.nl/overig/vraag/562618/apart

Ik ervaar de eerste lettergreep als 'aa', terwijl ik hem eigenlijk maar heel kort uitspreek, zeker niet langgerekter dan wanneer mijn uitspraak "appart" zou zijn.

Omgekeerd lijkt het goed mogelijk om een korte 'a' klank langgerekt uit te spreken (dus bv. zo iets als een loopcommando: "pàààààs op de plaats!!!" ).

Kortom, dit lijken twee duidelijk verschillende klanken. Gevoelsmatig trek ik mijn mond wijder open bij de 'aa' dan bij de 'a' maar is de klank niet langgerekter. Waarom hebben we het dan toch over 'korte' en 'lange' a, als het blijkbaar niet per definitie met de langgerektheid ervan te maken heeft ?

Hetzelfde voor andere klanken zoals u en uu, etc.

Of ga ik hier uit van een foutieve aanname en is de aa ècht langgerekter dan de 'a' en ervaar ik dat om een of andere reden niet zo?

Toegevoegd na 17 minuten:
Ik zie nu dat mijn vraagstelling eigenlijk niet juist is. Natuurlijk zijn het twee verschillende klanken, anders zouden we ze niet onderscheiden.

Gelieve te vraag te lezen als: "Waarom verwijzen we naar het klankverschil tussen de 'a' en de 'aa' als korte vs. lange a-klank, terwijl het primaire verschil niet met de langgerektheid te maken lijkt te hebben?"

Toegevoegd na 25 minuten:
Of is het simpelweg omdat we 'aa' en 'a' SCHRIJVEN dat we het daarna ook lange en korte klanken zijn gaan noemen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Taalhistorisch is het als volgt: In het middelnederlands ( rond de middeleeuwen ) werd de lange a uitgesproken als " paaaaaaas" op de plaats. Zo werd ook de lange e uitgesproken als "reen je rot" . In de loop der tijd werd de lange a ietwat vervormd tot de a van "aarde", en de lange e tot " eend". De spelling bleef. ( deze vraag had ik voorgelegd aan een taalkundige. Dit was haar antwoord )

Bronnen:
Taalkundige, die dit in een college heeft...

Een enkele 'a' klinkt gewoon korter dan een langerekte 'aaaa'. Neem het woordje 'asbak'.... je zegt nooit aaasbaaaak toch? Het is ook voor een kind dat begint te lezen lastig om het verschil van uitspraak te ontdekken als er ineens iets als 'glazen' staat. Het leest de 'a' maar ineens wordt die dan als glaaaaaazen uitgesproken. Daarom wordt dit door de leerkracht dus als korte- of lange 'a' aangegeven. De leerling weet dan welke klank de letter heeft. De uitleg waarom de klank verandert leert het kind dan later. Het leert ook direct al dat de 'a' als korte klank uitgesproken wordt en zo dus geen 'aaaaa' is, daarom wordt deze klank ook altijd aangegeven als 'aa' of 'Aa' aan het begin van de zin.De nadruk op de klank zal zeker in het begin zo worden aangeleerd. Een enkele 'a' zoals in 'pas op de plaats' zal ook niet van klank veranderen als je hem lang aanhoudt. Paaaaaaaaaaaas op de plaats zal altijd als een 'a' klinken en niet als een áááááá. 'Paas op de plaats' zal je dus niet horen als je een lange klank geeft aan de enkele 'a'. Toegevoegd na 6 minuten: De klank van het woordje 'apart', is als 'aaaaapart' omdat er maar één medeklinker achterstaat. De taalregels hebben daarvoor deze regel om de klankverandering aan te geven die meestal bij het meervoud gebeurt. Staan er twee medeklinkers achter de korte 'a', 'e' of 'u', dan wordt deze weer met de korte klank uitgesproken zoals in pakken, hebben of zullen,durven etc.

De benoeming lange en korte klinker heeft niets te maken met de lengte van de uitspraak. De twee a’s in het voorbeeld – apart - worden beide even lang uitgesproken. De uitspraak is niet: aaaapart en ook niet roooode. Alles mag, maar dat is niet een definitie van lange en korte klinker. De term lange en korte klinker verwijst alleen naar de uitspraak. Een lange klinker klinkt als in “Pa”, een korte klinker klink als in “pad”. Een lange klinker “o” klinkt als in ro - de, een korte klinker “o” klinkt als in ron - de. Wanneer wordt een klinker als "lang" en wanneer als "kort" uitgesproken? Als een klinker aan het eind van een lettergreep staat is het altijd een lange klinker. Als een klinker gevolgd wordt door een medeklinker is het een korte klinker. De letter “e” is de enige uitzondering, en is tevens ook de enige klinker die aan het eind van een woord dubbel voorkomt. Een onbeklemtoonde “e” is altijd een stomme “e”, die wordt niet lang of kort uitgesproken. Een voorbeeld : be - gre - pen. Dan is er nog de uitzondering als de klinker gevolgd wordt door CH zoals in lachen. La – chen De a is wel een open klinker, zou dus volgens de regels uitgesproken moeten worden als een lange klinker, maar alle enkele klinkers voor ch zijn korte klinkers. Re su mé: Bepalen of een klinker lang of kort is: A – PART. De eerste a staat aan het eind van een lettergreep, is dus een lange klinker. De letter a in PART wordt gevolgd door een medeklinker, is dus een korte klinker. Wil men de klank van de lange klinker behouden zoals bv in “aarde” : aar – de dan schrijft men de klinker dubbel. Af – me – ting De letter a wordt gevolgd door de letter f en is dus een korte klinker. De letter e is een open klinker en is dus lang. De letter i wordt gevolgd door de medeklinkers ng en is dus een korte klinker. ze ve ren In – ze - is de letter e een beklemtoonde open klinker, dus een lange klinker. In de lettergreep – ve - is de “e” onbeklemtoond, wordt dus niet lang of kort uitgesproken, het is een “stomme e”. In de lettergreep – ren - wordt de “e” gevolgd door een medeklinker en is de “e” een korte klinker. In het voorbeeld Pas op de plaats kan wel geroepen worden: Paaaas op de Plaats, maar de uitspraak van de a in Pááááás blijft gelijk aan Pás. Bij Plaats schrijft men twee klinkers om de uitspraak (en dus de betekenis van het woord) te behouden. Plats is iets anders dan Plaats.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100