Hoe komt het dat sommige nieuwe woorden heel snel bekend worden en andere niet?

Het gaat hier om: uitdrukkingen als foutje, bedankt, aju paraplu en pardon reeds kent iedereen. Ik snap dat tv-uitzendingen helpen, maar nieuwe woorden werden ook in het Nederlands opgenomen voor er TV was. En sommige woorden zoals gompielolontus (iets groots, een nijlpaard) kun je wel vinden op internet maar ze raken toch niet bekend.
En sommige woorden zijn korte tijd heel bekend maar verdwijnen dan weer uit onzer taal. Hoe kan dat? Alle bijdragen zijn welkom!

Toegevoegd na 50 seconden:
lees voor onzer taal, onze taal

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De Amerikaanse taalkundige Allan Metcalf heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. Hij bedacht vijf criteria: als woorden hieraan voldoen hebben ze een grote kans om zich te verspreiden. 1. Frequentie. Alleen door jou en je vrienden, weinig kans van slagen. Gebruikt door de massamedia, veel kans van slagen.. 2. Onopvallendheid. Woorden die heel erg opvallen (door een gekke spelling bijvoorbeeld, of doordat ze heel sterk bij een bepaalde groep mensen horen) hebben volgens Metcalf een lage overlevingskans. Ook woorden die heel erg slim bedacht zijn vallen hieronder. Ik vrees dat dit voor YOLO geldt - te opvallend, de beladen. 3. Diversiteit van gebruikt. Sommige, vooral wetenschappelijke woorden, worden maar in een zeer beperkt domein en door een zeer beperkte kring sprekers gebruikt. Als dat zo is, is de kans op overleving wederom klein. Dit geldt bijvoorbeeld voor wetenschapsjargon. 4. Gebruiksmogelijkheid. Kunnen er nieuwe woorden met het woord worden gemaakt? Met andere woorden: is het productief? Het achtervoegsel -proof lijkt deze test te doorstaan, net als -gate, maar een term als voetbalvrouwing lijkt niet tot nieuwe woorden te leiden. 5. Blijvertje. Beklijft het concept? Heel veel woorden gaan over een unieke gebeurtenis, en zullen dus met die gebeurtenis in de vergetelheid raken (zoals plaszak). Als woorden hoog scoren op alle fronten, is de kans groot dat ze zich verspreiden, en dat ze blijven bestaan. Het is heel leuk om uit te proberen. Zie bijgevoegde link voor een deel van het boek van Metcalf, en zie het blogje om voorbeelden te zien van hoe je dee criteria kunt toepassen op woorden.

Bronnen:
http://books.google.nl/books?id=ACsetPyuv8...
http://milfje.blogspot.nl/2013/11/hoeveel-...

gompielolontus ligt niet erg lekker in de mond en het is niet 1,2,3 te onthouden voor veel mensen. Ik denk dat als het makkelijk en leuk klinkt dat het veel meer kans heeft om gebruikt te worden.

Woorden en uitdrukkingen komen vaak plotseling spontaan op - soms in series - en grijpen als virussen om zich heen als mensen het een leuke uitdrukking vinden of hij goed de lading dekt en als metafoor wijd en zijd gebruikt gaat worden. Wanneer een woord een blijvertje is, laat zich lastig voorspellen, maar elk jaar komen er wel een paar woorden bij die blijven hangen en uiteindelijk gewoon onderdeel van de taal worden. De media kunnen daarbij een grote rol spelen. Soms zijn het steeds dezelfden die met nieuwe woorden komen ; onze taal is absoluut verrijkt met uitdrukkingen die letterlijk aan de schrijftafel bedacht zijn door mensen als Marten Toonder en Kees van Kooten, om maar twee voorbeelden te noemen. Bijna ongemerkt nemen we die nieuwe woorden op in onze woordenschat, en maar zelden zijn we ons er van bewust dat we niet alleen een voor ONS nieuw woord hebben toegevoegd aan onze woordenschat, maar dat dat ook ECHT een heel nieuw woord is. Over het algemeen kun je zeggen dat opzettelijk te lollige woorden korte en hevige virussen zijn, maar met een relatief kort leven en woorden en uitdrukkingen die een nieuw verschijnsel uitdrukken de grootste kans maken te blijven. Een woord voor iets dat zeer onbekend is, waar je zelden of nooit mee wordt geconfronteerd en dat niet eenvoudig te onthouden is, zal het zelden of nooit maken in het dagelijks spraakgebruik. En fantasiewoorden die eigenlijk helemaal niet echt grappig zijn en geen nadrukkelijk doel dienen, gaan het vermoedelijk nooit maken. Misschien een leuk boekje voor je is "Turbotaal" van Jan Kuitenbrouwer, dat helemaal gaat over modewoorden en jargon uit de jaren 80 (de yuppentijd) en waarvan sommige inmiddels volstrekt ingeburgerd zijn (was dat ooit turbotaal?) en andere volledig verdwenen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100