Zit taalgevoel of taalvermogen in de genen?

Zit het taalgevoel of het vermogen een taal te begrijpen of te spreken in de genen?

Ik ben zelf een Tilburger (N-br), mijn directe familie spreekt afwisselend Tilburgs en Nederlands, maar ik ben Nederlands opgevoed.

Daarentegen komt het grootste gedeelte (ongeveer de helft) van mijn voorouders uit België en ongeveer 1/8 uit Duitsland (mijn overgrootmoeder komt uit Ludwigshafen am Rhein, dus er werden ook wel eens Duitse versjes of gezegden verteld).

Zelf heb ik amper moeite om bijvoorbeeld Limburgs (Mestreechs, Kirchraojs of Remunjs) te volgen of te begrijpen, terwijl ik er nooit mee te maken heb en ik nooit in Limburg kom én ik kan ook Luxemburgs nog redelijk volgen, dit ondanks dat ik een Brabander ben.

Zit dat taalvermogen dan in de genen, of bestaat dat niet?

Weet jij het antwoord?

/2500

Noam Chomsky beweerde dit, en hoewel veel mensen er niet in geloven, begint het toch steeds waarschijnlijker te worden, maar het is nog niet bewezen.

In zoverre : ja, taal , aanleg voor taal, gevoel voor taal, zit in de genen. Maar : in de genen van ALLE mensen. Het is een zogenaamde universele menselijke eigenschap. Alle kinderen verwerven taal, eender welke gesproken taal of gebarentaal, en als ze niet aan taal worden blootgesteld kunnen ze zelfs een eigen taal ontwikkelen. Een jong kind leert makkelijker een (vreemde) taal dan volwassenen, maar dat komt vooral doordat ze er in de praktijk meer aan blootgesteld worden, en nog geen klanken die in de eigen taal niet voorkomen ' verbannen' hebben uit hun repertoire en ze daardoor niet meer kunnen horen en dus ook niet meer maken. Wie verschillende talen - liefst ook uit meerdere taalfamilies - kent, zal eenvoudiger andere talen kunnen leren. Maar wat jij noemt is een heel ander verschijnsel, namelijk het herkennen van talen / dialecten die je veel gehoord hebt - al heb je ze zelf nooit gesproken ; luisteren / horen is belangrijker voor taalverwerving dan spreken- en variaties daarop die erg veel op elkaar lijken. En nieuwe dingen leren is weer makkelijker naarmate je een bredere interesse en een hogere intelligentie hebt. (Dat laatste zit dan wel weer in de genen voor een groot deel). Zo spreek ik geen woord Fries, maar ik lees en versta het vloeiend omdat het vroeger bij mijn moeders familie altijd gesproken werd. Ik spreek Nederlands en Duits, en kan daardoor tamelijk feilloos Platt verstaan -zonder het te spreken - en ook Zwitserse, Oostenrijke, Zuid-Duitse, en natuurlijk Twentse, Achterhoekse, Sallandse, Drentse, Groningse, Limburgse, Belgische, Zeeuwse en Brabantse dialecten zijn geen probleem. Hollandse natuurlijk al helemaal niet. Ik spreek Frans en Spaans, en hoewel ik er nooit een woord van geleerd heb en het niet spreek, kan ik uitstekend Portugees en Italiaans volgen. Waar ik altijd erg om moet lachen is dat in Engeland op de tv Schots vaak ondertiteld wordt, terwijl het voor mij gewoon ' ook een soort Engels' is en prima te volgen. Kwestie van interesse, maar ook van oefening / verbanden kunnen leggen / patronen herkennen EN, het allerbelangrijkste :je eigen moedertaal goed door en door kennen.

De theorie is dat de basis voor de menselijke taal genetisch vast ligt. Dat de taal zelf daarna geleerd wordt omdat er nu eenmaal verschillende talen bestaan en mensen in verschillende omgevingen opgroeien. De eerste link geeft bewijsmateriaal voor deze bewering en de tweede link geeft informatie over een van de grondleggers van deze theorie. De toelichting op je vraag gaat echter over iets anders dan de vraag zelf. genetisch ligt een basis vast die je helpt taal te leren en te begrijpen. Deze is met name van belang in wat in het artikel van de eerste link de "kritische periode' wordt genoemd. Dat is de periode waarin je leert woorden met elkaar te verbinden. Als je in die periode niet hiermee begint leer je het nooit meer. Maar bovenstaande is niet taalgebonden in de zin van Duits, Nederlands, Engels, Chinees etc... het feit dat je Duitse voorouders hebt geeft je geen gen voor de Duitse taal en ook niet de mogelijkheid om deze sneller te leren. Een tweede of derde taal pik je gewoon sneller op als er op de juiste leeftijd ook heel veel in die taal in je omgeving wordt gecommuniceerd. Ik kom zelf ook uit Brabant en en heb, in vergelijking met nederlanders van boven de rivieren, ook niet zo veel problemen met Limburgs of Vlaams. Dat is tot men in een lokaal dialect vervalt en dat er net zo goed Chinees gesproken had kunnen worden (tijdens mijn studie ervaren toen er twee studenten uit Kerkrade in mijn werkgroep zaten). Ik durf te berweren dat er buiten Kaatsheuvel (en omgeving) weinig mensen zijn die 'Kwok 'n raaw aai ha' begrijpen. Ik denk dat er binnen een bepaalde regio een zekere verwantschap is tussen de gesproken talen waardoor je ze makkelijker begrijpt. naarmate je verder van je oorspronkelijke taalgebied af raakt wordt het steeds moeilijker. Toegevoegd na 1 minuut: Bij het opslaan zijn de links omgedraaid dus als ik eerste link schrijf bedoel ik de tweede.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Noam_Chomsky
http://www.kennislink.nl/publicaties/taal-...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100