Zeg je wilde of zeg je wou?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Op deze site https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/wilden-wouden-wouen-wouwen staat dit over het verschil tussen "wilde(n)" en "wou(den)": "Wat is juist: 'Wij wouden per se winnen', 'Wij wouen per se winnen', 'Wij wouwen per se winnen' of 'Wij wilden per se winnen'? Alleen 'Wij wilden per se winnen' voldoet aan de taalnorm. Wie een van de andere varianten gebruikt, kan bijna rekenen op commentaar vanwege slordig taalgebruik. Toch nemen het Witte Boekje en het officiële Groene Boekje zowel wilden als wouden op. Van Dale (2005) noemt naast wilden en wouden ook nog wouen en wouwen, en merkt op dat de laatste drie vormen "informeel" zijn. Veel mensen hebben geleerd dat wouden 'fout' is. 'Wouden zijn bossen!' was een bekende uitroep van schoolmeesters en -juffrouwen om erin te stampen dat alleen wilden juist zou zijn. Wou(d)en is echter een eeuwenoude vorm, die al in Middelnederlandse teksten voorkomt. Hij is ontstaan uit wolde(n), een vorm die in sommige dialecten nog voortleeft. De vorm wouden houdt ondanks alle vermaningen gewoon stand, in elk geval in de spreektaal en de informele schrijftaal. Tegen het enkelvoud wou (dat bestaat naast wilde) wordt minder bezwaar gemaakt. 'Ik wou dat ik jou was' en 'Ik weet ook niet wat ze daarmee wou zeggen' zijn voor de meeste mensen goede zinnen, al zijn ze wat informeel. 'Ik wilde dat ik jou was' en 'Ik weet ook niet wat ze daarmee wilde zeggen' zijn uiteraard ook mogelijk. In bijvoorbeeld 'De minister wou geen toelichting geven' is wou voor sommige mensen toch wat te informeel; 'De minister wilde geen toelichting geven' is in hun ogen passender. Overigens kan er een licht betekenisverschil worden uitgedrukt door wou(den) of wilde(n) te gebruiken. Vergelijk bijvoorbeeld 'Ik wou naar Parijs' en 'Ik wilde naar Parijs.' De zin met wou is vooral een wens ('dat zou ik graag willen'); de zin met wilde(n) is meer een concrete verleden tijd ('dat wilde ik, maar er kwam iets tussen / ... en dus nam ik de Thalys'). Hieronder staat de juiste vervoeging van willen. De vormen met * worden als informeel beschouwd; dat geldt het sterkst voor het meervoud wouden. tegenwoordige tijd - verleden tijd ik wil - ik wilde / ik wou* jij wilt / jij wil* - jij wilde / jij wou* u wilt / u wil* - u wilde / u wou* hij wil - hij wilde / hij wou* wij willen - wij wilden / wij wouden* jullie willen - jullie wilden / jullie wouden* zij willen - zij wilden / zij wouden* * informele vorm "

Bronnen:
https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/wild...

Goed Nederlands is Ik wil Ik wilde Ik heb gewild "Wou" gebruiken kinderen vaak voordat ze de juiste vorm van willen leren. Wij "wouden" is hier een mooi voorbeeld van. Toegevoegd na 2 minuten: Dit is de onvoltooid verleden tijd: k wilde jij wilde hij wilde wij wilden jullie wilden zij wilden Noot: wou en wou(d)en zijn beperkt tot de spreektaal

Bronnen:
http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/willen

Antwoord Het werkwoord willen kent in de verleden tijd twee vervoegingen: zowel de regelmatige vormen wilde en wilden als de onregelmatige vormen wou en wouden of wouen. De enkelvoudsvorm wou wordt minder in de schrijftaal gebruikt; de meervoudsvorm wou(d)en is geheel beperkt tot de spreektaal. Toelichting Wou en wou(d)en zijn ontstaan uit de oudere vormen wolde(n) (vgl. Duits wollte(n)). In het Nederlands zijn de klankcombinaties old en ald tot oud geworden, bijvoorbeeld: goud, hout en woud (Duits Gold, Wald en Holz; Engels gold en wood). In sommige gevallen is de d later weggevallen, bijvoorbeeld hou (en trouw) en zou (Duits sollte; Engels should). Het is opmerkelijk dat de onregelmatige enkelvoudsvorm wou veel aanvaardbaarder is in de schrijftaal dan de meervoudsvorm wouen. Zo oordeelt Van Dale bijvoorbeeld 'in de volkst. ook: wouwen'. Naast wouen is ook nog de vorm wouden mogelijk: met deze spelling is de verledentijdsvorm in de spellinggidsen opgenomen. Weliswaar wordt in wouen een w uitgesproken, maar de spelling wouwen is ook in de weergave van gesproken taal niet gebruikelijk. De uitspraak en spelling van de vorm wou(d)en zijn dus vergelijkbaar met die van het werkwoord houden/hou(w)en.

Bronnen:
http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/919/

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100