Hoe weet je wanneer het 'ik heb' of 'ik ben' + vd is? Of dien je dit puur vanbuiten te leren?

Toegevoegd na 1 uur:
Ik bedoel bijvoorbeeld 'Ik ben het vergeten' of 'Ik heb het vergeten' en nog veel meer. Excuses voor de onduidelijkheid.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Goeie vraag. Ik wist het ook niet, dus ik ben even gaan zoeken. Daar blijken inderdaad regels voor te bestaan. Volgens wikipedia is het zo dat je 'zijn' als hulpwerkwoord gebruikt als het hoofdwerkwoord onovergankelijk is. Maar de betekenis van onovergankelijk snap ik vrij weinig van (en wat ik lijk te snappen, klopt volgens mij niet). Een onovergankelijk werkwoord is een werkwoord waar geen lijdend voorwerp bijpast oid. Maar je zegt 'ik ben verhuisd' en 'ik ben geslagen', maar beide kunnen volgens mij wel met een lijdend voorwerp verbonden worden, dus hopelijk snapt iemand anders het wel. Toegevoegd na 12 minuten: Oke, een andere bron zegt oa dit: 'zijn' gebruik je in 20% van de gevallen, in de andere 80% gebruik je 'hebben'. 'Zijn' gebruik je oa. bij onovergankelijke werkwoorden die een verandering van psychische of fysieke toestand uitdrukken, of een verplaatsing (is niet hetzelfde als een beweging) uitdrukken. En dan is er nog een rijtje woorden dat 'zijn' gebruikt, dat je dan inderdaad moet leren. En er zijn nog uitzonderingen. Lees mijn derde link voor het uitgebreide verhaal. Op zich zit er dus wel een beetje een lijn in, maar volgens mij komt het toch grotendeels neer op uit je hoofd leren/gevoel voor Nederlands dat vanzelf groeit door veel te lezen en luisteren.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/%28On%29overg...
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hulpwerkwoord
http://www.google.nl/url?sa=t&source=web&c...

Wanneer je zegt; "ik ben", ga je vertellen over iets in jou. Iets dat bij jou hoort, zoals een eigenschap. Als je zegt; "ik heb", ga je vertellen over bijvoorbeeld een object dat van jou is, of een aandoening die je "hebt". Voorbeeldje: Ik HEB een mooie broek. -> de broek is het object dat van jou is. IK BEN gekleed in een mooie broek. -> mooi gekleed zijn is een eigenschap van jou.

Ik ben wel een beetje een taalpurist (ik houd ervan dat taal netjes en goed wordt gebruikt), maar de regels over ben en heb, heb ik maar naast me neergelegd. Te ingewikkeld. Ik denk dat het gebruik van die woorden toch voor het grootste deel gevoelsmatig gaat. En dat er nauwelijks goed of fout aan te geven is. Probeer maar...

Wanneer het gaat over: - Iets kwijt zijn - Iets niet meer weten - Iets niet meer kunnen herinneren zeg je: Ik BEN het vergeten. Voorbeeld: Ik ben vergeten waar ik mijn sleutels heb gelegd. Ik ben vergeten waar Jan woont. Wanneer het gaat over: - Iets verzuimen te doen of mee te nemen - Ergens niet aan denken zeg je: Ik HEB vergeten. dit is een gebeurtenis. Voorbeeld: Ik heb vergeten mijn sleutels mee te nemen. Ik heb vergeten je naam op te schrijven.

Er is een betekenisverschil bij het gebruik van de werkwoorden 'hebben' en 'zijn' wanneer deze in combinatie met een ander werkwoord gebruikt worden. Bij 'Ik ben het vergeten' ligt de nadruk op de handeling zelf: het verzuimen iets te doen. Bij 'Ik heb het vergeten': ligt het accent op de toestand die het gevolg van het verzuimen is: de situatie nu. Dit subtiele betekenisverschil tussen een voltooide tijd met hebben en zijn is veel beter zichtbaar bij werkwoorden die een beweging uitdrukken, zoals lopen: Ik heb de hele middag over het strand gelopen. (nadruk op de handeling: het lopen) Ik ben vanmiddag naar het strand gelopen. (nadruk op het resultaat daarvan: de bestemming)

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/vergeten.php

Dat moet je echt uit je hoofd leren.

Er zit een gevoelig verschil tussen "ik heb geslagen" en "ik ben geslagen". Ik heb wordt gebruikt bij handelen maar ook bij een toestanden zoals "ik heb gelegen", "ik heb geslapen". Zijn wordt gebruikt voor "bewegingswerkwoorden", werkwoorden die een verandering van een toestand aangeven zoals: groeien, ontwaken, smelten, sterven, vallen verdorren, worden. Ook bij het ondergaan van iets, zoals bij ik ben geslagen. Het blijft een moeilijke zaak voor mensen voor wie het nederlands niet de moedertaal is en sprekers van sommige dialecten.

Bronnen:
Gedeeltelijk uit Prisma Gramatica/Henriëtte Hoët

We gebruiken meestal 'hebben'... maar voor sommige werkwoorden gebruiken we eigenlijk altijd 'zijn' als hulpwerkwoord. In onderstaande bron kun je de regels uitgebreid lezen, maar kort samengevat gebruiken we zijn in het geval van: 1. als hulpwerkwoord bij een koppelwerkwoord (een rijtje dat op basisschool geleerd wordt; blijken, blijven, hebbben, zijn, dunken, heten, lijken...etc.) 2. als hulpwerkwoord bij voltooid deelwoorden die verandering, beweging of ontwikkeling uitdrukken (bijvoorbeeld: beginnen, krimpen..) Voor een hele lijst duidelijke voorbeelden en meer informatie over werkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden verwijs ik tevens naar de bron -->

Bronnen:
http://www.dutchgrammar.com/nl/?n=Verbs.Au04

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100