Wie bepaald....? Of is het: wie bepaalt....? Ik zie beide mogelijkheden veelvuldig in teksten op Internet staan.

d of t ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dat komt omdat het heel vaak fout wordt gedaan. 'Wie' is het onderwerp van deze zin, 'bepaalt' de persoonsvorm. Het is dezelfde situatie als 'hij bepaalt' of 'zij bepaalt'. 'Bepaald' kan nooit een persoonsvorm zijn. Het kan wel een voltooid deelwoord zijn, maar dan heb je een hulpwerkwoord nodig: 'Wie heeft bepaald <...>' 'Hij heeft bepaald <...>' 'Wij hebben bepaald <...>'

t wie loopT Dus wie bepaalt

be·paald bijvoeglijk naamwoord dikke van dale Toegevoegd na 1 minuut: een bepaald antwoord hij loopt niet bepaald over van enthousiasme bepaald niet het is bepaald onjuist Toegevoegd na 2 minuten: een termijn bepalen bij de wet bepaald de wet bepaalt dat ...

Het is: wie bepaalt en het is bepaald

Hij die 't nu bepaalt heeft het straks bepaald! Toegevoegd na 4 minuten: En natuurlijk ook: Wie betaalt, bepaalt!

Bepaalt met een T Werkwoord is bepalen.. stam.. bepaal… eindigt op een stemhebbende medeklinker en is tegenwoordige tijd. dus stam +t hier wat tips en trucs; Wat is de laatste letter van de werkwoordstam? klinker: ik zwaai+Ø hij zwaai+T hij zwaai+DE hij heeft ge+zwaai+D stemhebbende medeklinker: ik woon+Ø hij woon+T hij woon+DE hij heeft ge+woon+D stemloze medeklinker: ik wens+Ø hij wens+T hij wens+TE hij heeft ge+wens+T letter D: ik meld+Ø hij meld+T hij meld+DE hij heeft ge+melD+Ø letter T: ik haat+Ø hij haaT+Ø hij haat+TE hij heeft ge+haaT+Ø Stemloze medeklinkers zijn die van ‘t kofschip, d.w.z. P, T, K, F, S, G=CH. Alle andere medeklinkers zijn stemhebbend. De werkwoordstam is het "hele werkwoord" minus de uitgang EN, ook indien die stam soms anders gespeld wordt. De stam van werkwoorden als beven, lozen eindigt dus in een stemhebbende medeklinker (V, Z), ook al wordt die soms gespeld als F resp. S. We spellen daarom hij beef+DE en hij loos+DE (tegenover hij maf+TE en hij was+TE).

De eerste en tweede persoon enkelvoud krijgen ALTIJD een -t achter de stam van het werkwoord. - Ik bepaal - Jij bepaalt - Hij/zij bepaalt Het woord wie kun je vervangen door het woord hij of zij, dus komt er een -t achter de stam. Wanneer je niet zeker weet hoe je een werkwoordvervoeging moet schrijven kun je het werkwoord het beste vervangen voor een makkelijk werkwoord zoals "pakken" of "lopen". Dan krijg je dus: Wie pakT, of Wie loopT ? En vervolgens weet je zeker dat je een -t moet schrijven. Bij werkwoorden met een -d in de stam komt er dus gewoon een -t achter de stam. - Ik word (stam) - Jij wordt (stam +t) - Hij/zij wordt (stam +t)

Wie bepaalt? Hij bepaalt?Simpel truukje: Hij drinkt altijd t. Het is bepaald. Bvb.: De datum.Voltooid deelwoord.Zet het even in de verleden tijd:bepaalDe.

Je kunt t als volgt oplossing: Verander eerst de zin in andere tijd: Wie bepaalt dat? wordt: Wie bepaalde dat? Je ziet dat bepaalt veranderd (dan is dit de persoonsvorm). Je kunt nu kijken of er een d of t geschreven wordt door lopen te gebruiken. Het is wie loopT dus ook wie bepaalT. Als het woord niet veranderd is er geen sprake van een persoonsvorm. Bijvoorbeeld: Wie heeft dat bepaald? wordt: Wie had dat bepaald? Je kunt nu het woord langer maken of te zien of er een d of een t geschreven wordt. Het is bepaalDe en niet bepaalTe. Dus moet je schrijven als bepaald.

Een nog simpeler trucje: vervang het werkwoord door het werkwoord 'smurfen'. 'Wie bepaal(d)(t) wordt dus: wie smurft....je hoort de 't', dan schrijf je 'm ook. Wie heeft bepaal(d)(t) wordt:wie heeft gesmurft. Je hoort gesmurft, dat is het voltooid deelwoord, gebruik dan ook het voltooid deelwoord. In dit geval bepaald. En ja, als je wilt weten hoe je voltooid deelwoorden moet schrijven, dan zul je toch echt de regels van 't kofschip moeten weten...! Maar sowieso, gebruik 'smurf' maar in zo veel mogelijk twijfelsituaties, je zult zien dat het bijna altijd werkt. 'Bied jij ook op dat schilderij?' 'Smurf jij ook op dat schilderij?'' Je hoort geen t, schrijf hem dan ook niet. 'Biedt jouw broer op dat schilderij?' 'Smurft jouw broer ook op dat schilderij?' Je hoort een 't', dus biedt met dt.

Daar zijn vaste regels voor. http://nl.wikipedia.org/wiki/D/t-regels

Het moet bepaalt zijn; tenzij het eerste woord daarna "heeft" of "hebben" is. Dan is het: wie bepaald heeft dat ... of: wie bepaald hebben dat ... Ook in een constructie als: wie bepaald niet van spinazie houdt kan andijvie krijgen... moet bepaald met een d.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100