Waar komt het woord averechts vandaan? Waarom niet achterstevoren of andersom?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Averechts betekent meer dan achterstevoren of andersom. Het betekent ook: in de tegenovergestelde richting Voorbeeld: `een averechts resultaat`, averechts uitpakken (het verkeerde resultaat krijgen) AVERECHTS 1) Achterstevoren 2) Andersom 3) Breiterm 4) Breisteek 5) Contrarie 6) In omgekeerde richting 7) Misplaatst 8) Onoordeelkundig 9) Onjuist 10) Omgekeerd 11) Tegendraads 12) Tegengesteld 13) Tegenovergesteld 14) Verkeerd Averecht (dus nog zonder de s) als over andersom, verkeer. Het is afkomstig van een term uit de weverij. Gevormd door ave (af) en recht. Vroeger en in sommige dialecten is het ook wel overecht. Het is dus vanuit de weverij de andere kant van de goede kant van de stof. Daarom wordt het nu ook vooral bij breien nog veel gebruikt een recht en een averecht.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch (incl. Supplement uit 2007) aweregs b.nw. 1. Omgekeerd, met die verkeerde kant voor, die teenoorgestelde van wat gewoon is, onderstebo, agterstevoor. 2. Anders as wat verwag word of behoorlik is, verkeerd, onjuis, onoordeelkundig. Uit Ndl. averechts in die bet. 'verkeerde gewoonte' (1540) 'binnenstebuite' (1552), 'onverstandig, onoordeelkundig' (1573) 'teenoorgestelde van die normale' (1623), t.o.v. breiwerk en steke (1821). Ndl. averechts is 'n afleiding met -s van averecht (al Mnl.), met lg. 'n samestelling van ave, 'n ouer vorm van af, en recht 'reg'. Hoewel die bet. 'binnestebuite, keersy' (soos in aweregse kant van 'n kledingstuk) en 'verdorwe' (soos in aweregse geslag) in Ndl. tans verouderd is, geld albei nog in Afr. C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement averechts. Vla. overecht(s) (reeds Kil. signaleert over-recht als ‘Fland.’) is blijkbaar naar over gewijzigd. Oostmnl. (Gloss. Bern) over recht ‘supinus’ zal wel een etymologische spelling zijn voor averecht, bevorderd door oostmnl. āver = ōver (vgl. keuterboer). Een vreemde vorm is ḕvirèhts (umlaut) te Bree (Leuv. Bijdr. 14, 40). Wellicht te verklaren uit contaminatie met *evig = mhd. ebich ‘verkeerd, afgekeerd, links’ (nhd. äbig, äbicht). Vgl. verder ohd. abuh, os. aƀuh ‘verkeerd, slecht’, on. ǫfugr ‘omgekeerd, verkeerd’, wsch. een afl. van af. Hierbij ook mnl. āves ‘omgekeerd, averechts’ (< *āvichs) met adverbiale -s?

Bronnen:
http://etymologiebank.nl/trefwoord/averechts

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100