Ik snap niet hoe je moet zien of een bijvoeglijke naamwoord congrueert met het zelfstandig naamwoord in het Latijn ?

Alsjeblief alleen voor de nom. en acc.

Weet jij het antwoord?

/2500

Congruentie betekent dat de woorden die bij elkaar horen in dezelfde naamval, getal en geslacht staan. Dus als je een nominativus zelfstandig naamwoord hebt (zeeman), is de zeeman een mannelijk enkelvoud en moet het daarbij horende woord (meestal bijvoeglijk naamwoord, bijv. goed) daar ook bij passen. Een bijvoeglijk naamwoord kan mannelijk zijn (op -us, -er), vrouwelijk (op -a) en onzijdig (op -um). Er zijn er nog veel meer bijvoeglijke naamwoorden. De nominativus en de accusativus van onzijdige woorden zijn altijd gelijk. Doordat er verschillende vervoegingsrijtjes zijn voor woorden die eindigen op -a, woorden die eindigen op -us, en woorden die eindigen op een medeklinker kan het voorkomen dat je een zelfstandig naamwoord uit de ene groep met een bijvoeglijk naamwoord van de andere groep moet laten passen en de uitgangen verschillend zijn. Stel: Rosa en Pictus -a -um. Rosa picta: de bontgekleurde roos. Rosa picta (1e naamval EV) Rosam pictam (4e naamval EV, lijdend voorwerp) Rosa is een ZN van de a-groep met vrouwelijk geslacht, en pictus -a -um wordt dan ook een BN met een vrouwelijke uitgang. Zo blijven deze woorden op elkaar lijken. Maar een woord van de a-groep hoeft niet per se vrouwelijk te zijn (hoewel ze dat in de meeste gevallen wel zijn)! Zo is er bijvoorbeeld het woord nauta, dat betekent zeeman. Het is een woord dat eindigt op a, maar omdat het een mannelijk persoon aanduidt, is het ook een mannelijk woord. Dus als we dan maken 'de goede zeeman' wordt dit als volgt: Stel: Nauta en Bonus Nauta: vervoeging A-groep, geslacht M. Bonus: vervoeging US-groep (want de US-groep hoort bij mannelijk). Nauta bonus (1e naamval EV) Nautam bonum (4e naamval EV, lijdend voorwerp) Nu lijken de vervoegingen dus niet op elkaar, maar ze congrueren wel, omdat het bijvoeglijk naamwoord bonus nu mannelijk is en in naamval steeds past bij het woord nauta, waar het ook bij hoort. Probeer de verschillende rijtjes met vervoegingen uit het hoofd te leren. Bedenk eerst wat de naamval, geslacht en getal is van het woord en welke vervoeging daarbij hoort. Kies dan het juiste geslacht van het bijvoeglijk naamwoord en verander daarna getal en naamval. Misschien kan dit youtubefilmpje je nog behulpzaam zijn http://www.youtube.com/watch?v=T1lrTsb5bhg

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100