Is het 'het' 'die' of een flat?

Discussie Nederlands hier. Ik blijf zeggen dat het het flat is

Weet jij het antwoord?

/2500

De flat als het om een bepaalde flat gaat, een flat als het om meer dan 1 flat kan gaan. Je zit er naar mening dus goed naast. Toegevoegd na 59 seconden: Die flat is ook een goede mogelijkheid, je hebt het dan ook over een bepaalde flat.

Het is de flat, maar het flatgebouw. misschien zit daar de vergissing

Alle genoemde opties zijn goed behalve 'het flat'.

Het is in ieder geval niet 'het flat'. Flat is een zogeheten 'de-woord'. Je kunt het natuurlijk wel over een, deze of die flat hebben, maar dus niet over 'dit flat' of 'dat flat'. Dit en dat horen bij 'het-woorden'. Voorbeelden: 'De-woorden': De boom. Deze boom hier. Die boom daar verderop. Een boom. 'Het-woorden': Het hek. Dit hek hier. Dat hek daar verderop. Een hek. Of een woord een de- of een het-woord is, kun je in het woordenboek vinden. Bij sommige woorden mag je zelf kiezen (de deksel of het deksel, de matras of het matras). Bij andere woorden verandert de betekenis als je de in het verandert of andersom (de bal en het bal, de koper en het koper, de want en het want).

Het is de flat, of een flat, afhankelijk van wat je duidelijk wilt maken. 'Het', 'die' en 'een' zijn taalkundig gezien drie heel verschillende woorden. Even kort technisch, daarna geef ik je een gemakkelijk te onthouden ezelsbruggetje: 'Het' is een lidwoord. Het Nederlands heeft 2 lidwoorden, 'het' en 'de'. 'De' gebruik je voor woorden die we taalkundig gezien mannelijk of vrouwelijk noemen, 'het' is voor de onzijdige woorden. 'Die' is een aanwijzend voornaamwoord. "Woon je in deze flat of in die?" Met 'die'maak je duidelijk welke flat je bedoelt. 'Een' is een telwoord, je geeft daarmee aan dat het om 1 flat gaat. Van heel veel woorden weet je niet of ze mannelijk/vrouwelijk of juist onzijdig zijn. Wanneer geef je dat woord dan een 'de' en wanneer een 'het'? Daar zijn geen regels voor, als je het niet weet, zul je dat woord op moeten zoeken in een woordenboek. Achter elk zelfstandig naamwoord staat in het woordenboek een m, een v of een o, waarmee het wordt aangegeven. En hier is dan het ezelsbruggetje: Bij woorden die 'de' als lidwoord krijgen, horen ook de aanwijzend voornaamwoorden die ook op een 'e' eindigen. Dus: de flat, deze flat, die flat. Bij woorden die 'het' als lidwoord krijgen, horen de aanwijzend voornaamwoorden die ook op een 't' eindigen: het paard, dit paard, dat paard.

Bronnen:
- mijn opleiding journalistiek

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100