Wat doet een makelaar, taalkundig gezien?

Hij makelt, makelde, heeft gemakeld?
Wat is (de betekenis van) het onderliggende werkwoord?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een makelaar is een 'bemiddelaar bij de handel’. Het woord was al bekend in het Middelnederlands: makelare betekende ‘tussenpersoon, tussenhandelaar’. Dat is waarschijnlijk ontleend aan het Middelnederduitse mekeler: tussenhandelaar. En afgeleid van het werkwoord mekelen: makelaarsdiensten verrichten. Dit is een herhaalde handeling uitdrukkende variatie op het werkwoord maken in de betekenis ‘handelen’. Onder invloed van dit werkwoord ontstond in het Nieuwnederduits de nevenvorm makeler, met een -a-. Het werkwoord makelen (makelaarsdiensten verrichten) is in het Nederlands veel later geattesteerd dan het zelfstandige naamwoord makelaar. Eerst als maeckelen (bemiddelen, een schikking tot stand brengen), dan het makelen van vis (tussenhandel). Het werkwoord is daarom waarschijnlijk afgeleid van het zelfstandige naamwoord.

Bronnen:
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/makelaar

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100