Wat is juist, guur of onguur?

Vorige week kwam ik op een ochtend bij mij therapeute, die mij vroeg, hoe het weer buiten was.
Toen ik zei, dat ik het guur weer was,begon ze te lachen en zei dat een cliënt voor mij juist zei, dat het onguur weer was, maar toch hetzelfde bedoelde als ik.
Nu vraag ik me toch af, of guur en onguur dezelfde betekenis hebben.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In feite hebben ze dezelfde betekenis maar ze worden (voor mijn gevoel) anders gebruikt Guur weer is slecht koud, vies weer. Maar je kunt ook zeggen dat het onguur is, al wordt dat minder gedaan denk ik. Onguur wordt gezegd over personen. Een onguur persoon is ook slecht, of ziet er slecht, onbetrouwbaar uit. Niet iemand die je graag in een donker straatje tegenkomt. Maar daarvan zal je nooit zeggen dat hij een guur uiterlijk heeft, wel onguur. Dus ondanks het voorvoegsel 0n-( waardoor je een tegenstelling verwacht) betekenen de woorden hetzelfde maar worden voor andere dingen gebruikt

Guur weer , onguur type . Veel wind en regen ,wel net boven nul .

De betekenissen zijn niet hetzelfde. De andere cliënt had twee termen met elkaar verward. Het weer of het klimaat kan guur zijn, en een persoon of een donkere plek onguur. Guur betekent: akelig, onaangenaam. Onguur betekent: akelig, griezelig. Toegevoegd na 3 minuten: Onguur is schrikaanjagend, terwijl guur niet prettig is maar geen schrik aanjaagt.

Kan allebei, alhoewel "onguur" verouderd Nederlands is: Guur weer is de gebruikelijke aanduiding; onguur weer is verouderd Nederlands. Onguur bestaat uit het ontkennende voorvoegsel on- en het bijvoeglijk naamwoord guur, dat is voortgekomen uit het Middelnederlandse gehuere. Gehuere betekende 'lieflijk'. On-guur betekent dus 'niet-lieflijk', oftewel 'ruw', 'schrikwekkend'. Guur is volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) waarschijnlijk "bij valsche gevolgtrekking" van onguur afgeleid. Mogelijk ging men in onguur het tweede lid (guur) negatief opvatten; on- leek daardoor overbodig. Bovendien krijgt on- weinig nadruk in de uitspraak, waardoor het gemakkelijk kon wegslijten. Guur en onguur kregen daardoor ongeveer dezelfde betekenis. Volgens het WNT kon onguur vroeger op alles worden toegepast wat akelig of onaantrekkelijk was: personen (een ongure tiran), gemoedsbewegingen en uitingen (ongure dromen, ongure lust), dieren (een onguur beest), stoffelijke zaken (ongure spijzen) én de natuur en haar verschijnselen (ongure buien). Als "thans nog zeer gebruikelijke toepassingen" van guur noemt het WNT: guur winterweer, de gure wintertijd ('bar') en een guur oord ('onherbergzaam'). Inmiddels hebben onguur en guur elk hun eigen gebruikscontext. Guur heeft tegenwoordig alleen betrekking op het weer; de recente handwoordenboeken vermelden als betekenis 'winderig en koud'. Onguur betekent 'schrikwekkend, bars, gemeen, ruw' en wordt meestal voor personen gebruikt. Van Dale (2006) noemt onguur nog wel met betrekking tot het weer, maar met de toevoeging "thans weinig gebruikt". http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/onguur-guur-weer http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/616/

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100