Wat zijn de uitgangen van de 1ste en 4de naamval in het duits?

de ein en der groep, zo hebben wij het geleerd.

Weet jij het antwoord?

/2500

1e naamval is gewoon der en ein. 4e naamval is den en einen

M V O MV DER Gruppe 1e der die das die 2e des + (e)s der des + (e)s der 3e dem der dem den + (en) 4e den die den die M V O MV EIN Gruppe 1e ein eine ein eine 2e eines + (e)s einer eines + (e)s einer 3e einem einer einem einen + (en) 4e einen eine ein eine Toegevoegd na 6 minuten: 3e Mv moet natuurlijk +(n) zijn en niet +(en)

Mannelijk; 1= der 4=den vrouwelijk; 1= die 4=die onzijdig; 1 = das 4 = das meervoud; 1 = die 4= die Eerste naamval is het onderwerp (nominatief)=hij, zij enz. tweede naamval is het bezittelijk (genitief)=van derde naamval is het meewerkend (datief)=aan vierde naamval is het lijdend voorwerp (accusatief) En dan natuurlijk de voorzetsels die bepalen welke uitgang het lidwoord krijgt, maar die moet je uit het hoofd leren. Toegevoegd na 5 minuten: Mannelijk; 1 = ein 4= einen vrouwelijk; 1 - eine 4= eine onzijdig; 1= ein 4= ein meervoud; 1 = keine (of einige) 4= keine

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100