hoe weet je of je "de" of "het" moet toepassen?

Bijvoorbeeld de of het computer.

Is hier een makkelijk ezelsbruggetje voor?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Er is geen ezelsbruggetje voor, wel zijn er grammaticaregels. De meeste zelfst. naamwoorden zijn vrouwelijk van geslacht. Mannelijk zijn alleen de zelfst. nmw. met achtervoegsel als; -aar, -er en -erd(eigenAAR, kostER en zepERD. - zelfstandig gebruikte werkwoorstammen (dank, respect) - aanduiding van mannelijke personen en dieren (ouderling, hengst) Vrouwelijk én mannelijk zijn; de meeste voorwerpnamen ( bank, kast, stoel) alg. aardrijkskundige namen en hemellichamen (stad, zon) zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamw. (zieke) persoonsnamen voor mannen en vrouwen te gebruiken (baanloze, werkeloze) Onzijdig; verkleinwoorden (tientje) werkwoordstammen met voorvoegsel be-, ge- en -ont(beraad, gerecht, ontdoen). namen van landen en steden. Tip; zelfst. nmw.die in het enkelvoud vervangen worden door hij of hem, zijn mannelijk, zelfst. nmw. die in het enkelvoud vervangen kunnen worden door zij, ze of haar zijn vrouwelijk, zelfst. nmw. waarvoor 'het' geplaatst kan worden zijn onzijdig. Toegevoegd na 9 minuten: 'De' is een bepaald lidwoord. Een zelfst. nmw. waar -de- bij hoort is altijd een vrouwelijk- of mannelijk zelfst. nmw. 'Het' is een bepaald lidwoord. Een zelfst. nmw. waar -het- bij hoort is een onzijdig zelfst. nmw. Soms is het geen lidwoord maar een persoonlijk voornaamwoord ( hij heeft HET gedaan) 'Een' is een onbepaald lidwoord. - een- past bij alle zelfstandige naamwoorden. Je spreekt het uit als -un-. Als je het uit kunt spreken als -één- dan is het geen lidwoord maar een telwoord. Toegevoegd na 15 minuten: Een computer is een ding en is dus zowel vrouwelijk als mannelijk. Hier hoort dan ook - de- bij. Is het een klein computertje, dan hoort er -het- bij. De computer die daar staat ( die hoort als betrekkelijk voornaamw. bij -de- , maar; Het computertje dat daar staat (dat hoort als betrekkelijk voornaamw. weer bij -het-.

Hert gebruik je bij onzijdig, dus het boek (boek is niet mannelijk of vrouwelijk) Je zegt leg het boek op tafel. De is als het mannelijk of vrouwelijk is, zoals de stoel. Waar is de stoel? Hij staat in de tuin. Ander voorbeeld: het paard, de merrie. Het paard, de hengst. Toegevoegd na 55 seconden: hert = het

Voor jouw voorbeeldwoord bestaat een ezelsbruggetje. Het komt namelijk uit het Engels. En Engelse leenwoorden voorzien we in het Nederlands van het lidwoord de. Dus is het de computer, de e-mail, de iPhone, de compact disc. Maar een algemene ezelsbrug is niet te geven, want elke soort woord heeft er weer een andere beredenering voor.

Nee, geen ezelsbruggetje. Het geslacht van het woord bepaalt welk lidwoord ervoor komt. Geslachten van woorden moet je gewoon onthouden. Alles dat meervoud is is overigens altijd 'de'. Let op dat ook aanwijzende voornaamwoorden (die, deze, dit, dat) geslachtsafhankelijk zijn. Het is bijvoorbeeld 'de stoel' (stoel is vrouwelijk) en dan ook 'deze stoel' of 'die stoel', maar niet: 'dat stoel'. Het gaat steeds vaker mis in het Nederlands. Dit komt mogelijk door invloeden van het Engels, waar maar 1 geslacht wordt gebezigd of door invloeden van Arabische/Semitische talen waar verbuigingen deels afhankelijk zijn van de woordvolorde in de zin en het dus minder duidelijk (zeker voor lager geschoolden) welk geslacht een woord heeft.

Nee er zijn geen makkelijke ezelsbruggetjes voor. Vaak voel je wel aan of het goed of fout is. Maar het is toch een kwestie van leren en veel lezen van correct geschreven taal. Verdiep je eens in de aanwijzingen in onderstaande link.

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/d...

Je weet het of je weet het niet. De taal is het bezit van ons allemaal en zit in ons hoofd. Je hoeft dus geen ezelsbruggetjes te leren, dat is maar kunstmatig. Kennis van "de" en "het" hoort daarbij. Nou lijkt het erop dat het onderscheid tussen "de" en "het" langzaam gaat verdwijnen. Dus dat de jongere generatie er moeite mee begint te krijgen klopt wel.

Een ezelsbruggetje zou kunnen zijn: zet er 'een' voor en een bijvoeglijk naamwoord. Als er géén 'e' achter het bijvoeglijk naamwoord komt, is het een onzijdig woord. Dus: Een mooi paard --> het paard. Een mooiE stoel --> de stoel. Ik realiseer me wel dat je dan wel moet weten (aanvoelen) of het 'mooi' of 'mooie' is. Maar misschien helpt het.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100