Waar komt het woord 'stout' vandaan?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

stout 1 bn. ‘dapper; ondeugend’ Mnl. stout ‘moedig, dapper’ in ein cuone ridder ende stout ‘een dapper en stoutmoedig ridder’ [1220-40; VMNW]; vnnl. ‘vrijmoedig’ in sijt stoudt over my ‘wees vrijmoedig tegenover mij’ [1557; iWNT], ‘vrijpostig, brutaal’ in Tvolc is stout, hooveerdich, int spreken [1567; iWNT], ook ‘ondeugend’ (van kinderen) in weest me je leven niet stout ‘wees me nooit van je leven meer ontdeugend’ [1612; iWNT]; nnl. ik heb ... men stoute schoenen aangetrokken [1733; iWNT schoen]. Mnd. stolt ‘voornaam, aanzienlijk, trots’; ohd. stolz ‘overmoedig, trots, gemeen’ (nhd. stolz ‘trots’); ofri. stult ‘trots; dapper’; < pgm. *stulta- ‘dapper’. Verdere herkomst onduidelijk. Er wordt wel gedacht aan verband met de wortel van → stellen, waarbij de betekenis zich zou hebben ontwikkeld van ‘stijf’ > ‘onbuigzaam’ > ‘stug weerstand biedend’ > ‘dapper’. De ontwikkeling in het Nederlands van de positieve betekenis ‘moedig, dapper’ naar de huidige negatieve betekenis ‘ondeugend, ongehoorzaam’, vooral gezegd van kinderen, is vergelijkbaar met die van bijv. → astrant. De oorspr. betekenis is in de algemene taal verouderd, maar nog herkenbaar in enkele vaste verbindingen, bijv. de stoute schoenen aantrekken ‘moed vatten’, de stoutste verwachtingen ‘hoge verwachtingen’ en gewestelijk stout en boud ‘onbevreesd’.

Bronnen:
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/stout2

Uit het Oud-Engels. Stout betekent daar: stevig, zwaar, sterk. En dat is dan de verklaring van de naam van een biersoort. Daarnaast komt uit het Oud-Westgermaans het woord 'stult', trots. Wat later is verbasterd tot stout: vermetel, dapper.

Bronnen:
Nederlands etymologisch woordenboek / Jan...

Men neemt over het algemeen aan dat het uit het Oudhoogduits (voor 1100) afkomstig is, omdat wij ook een germaanse taal hebben. In de betekenis van 'driest' is het in het Ohd 'stolz' en stout heeft oorspronkelijk de betekenis van driest, dapper, moedig net zoals in de middeleeuwen 'de stoute ridder' gangbaar was als zijnde koen en dapper. Van oorsprong betekende dit woord nl. 'stijfovereindstaand' dit heette vroeger in het oud-Duits 'stelt' wat later in het Nieuwoudduits 'stolz' werd. Je moet dus uitgaan van de oorspronkelijke betekenis van stout en dat was 'stijf gaan' en dit in de zin van een hoogopgerichte houding. Uit het germaanse 'stulta' zijn ontleend het Oudfranse 'estout' (overmoedig, koen)en daaruit weer het Nederlandse 'stout' (stevig, zwaar, sterk)

Bronnen:
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/stout2

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100