Wanneer komt er een T achter word?

Ik heb geen idee wanneer er een t komt achter het woord: word. Dus als er in een zin wordt staat. Kan iemand dit makkelijk uitleggen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het is heel makkelijk als je het werkwoord vervangt door lopen. Word jij hier nou wijzer van? Loop jij hier - er staat geen t achter loop, dus komt er in de vorige zin geen t achter word.

vul ipv 'word' smurf in. Ik smurf morgen 88. hij smurfT morgen 88 enz. :-)

Voor alle vervoegingen van het werkwoord worden verwijs ik je graag naar onderstaande link. De letter 't' komt alleen achter de stam 'word' bij de 2de en 3de persoon enkelvoud. Ofwel, het is 'ik word', 'jij wordt' en 'hij wordt'. Of er een 't' achter komt in de verleden tijd kun je bepalen met "'t Kofschip", zie tweede link.

Bronnen:
http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/worden
http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/t...

De -t komt er bij in de tweede en derde persoon enkelvoud. Dus bij Jij/Hij/Zij/Het/U. Als je twijfelt, pak dan het woord Lopen: Ik loop / Ik word / Ik brand Jij loopt / Jij wordt / Jij brandt (maar: loop jij? / Word jij? / Brand jij?) Hij loopt / Hij wordt / Hij brandt. Er komt geen extra -t bij wanneer er al een t staat: Ik praat Jij praat Hij praat.

Neem het hele werkwoord en haal de - (e)n- ervan af. Je houdt nu de -stam over. Voorbeeld; lopen=loop, werken=werk, praten= praat. Je houdt alleen de stam bij "ik" en wanneer je of jij achter het werkwoord staat of wanneer je dit in elkaar kunt veranderen dus; werk je=werk jij. Alleen dus wanneer alleen 'jij' of 'je' als persoon gebruikt wordt(persoonlijk voornaamwoord noemen we dat en dit moet dan altijd ACHTER de stam v.h. werkwoord staan. Als je of jij ervoor staat komt er een -t- achter, bijv; je(jij) loopt, je (jij) werkt, je(jij) praat. Voor de rest komt er overal een -t- bij. Bijvoorbeeld; je wordt, je draait, je danst, je vindt enz. jij wordt, jij gaat, jij loopt, jij vindt enz. hij komt, hij praat, hij wordt, hij vindt enz ze komt, ze praat, ze slaapt, ze vindt enz. zij gaat, zij praat, zij wordt, zij draait enz. het komt, het gaat, het wordt enz. Zonder -t- achter de stam dus alleen bij; ik kom, ik ga, ik wil, ik word enz. kom je, ga je, vind je, word je enz. kom jij, word jij, vind jij ga jij enz. Dan heb je de voltooide deelwoorden. Dit zijn meestal de werkwoorden waar -ge-,-ver-,-on- voorstaat zoals; gebeld, gewerkt, ontdaan, ontwricht, ontwikkeld, verwerkt ( hij heeft gebeld, zij is geweest) Hier staat altijd een ander werkwoord ( de persoonsvorm)bij. Neem een woord als 'werken'. De stam is 'werk'. Het voltooide deelw. is 'gewerkt'. Twijfel je of hier een -d- of een -t- achter komt, dan kijk je of de laatste letter( in dit geval een -k- in het woordje "kofschip' of 'fokschaap' voorkomt. De -k- is hierin anwezig en dan wordt het een -t-die erachter komt. Eindigt de stam van een werkw. op eenletter die niet in 'kofschip/fokschaap' voorkomd zoals bijv. 'handelen' (stam -l- = niet in kofschip) komt er een -d- achter. Hij heeft gehandeld. Let op; bij woorden als -suizen, beleven, beloven enz. eindigt de stam op -z- of -v-. Dit schrijven we nooit op het eind en maken er een -s- of -f- van. Zou je denken "dit zit in het kofschip/fokschaap maar je moet dan uitgaan van de -z- en de -v- en die zitten er niet in. Het wordt dan; hij heeft iets beleefd, het is erlangs gesuisd. een woord als 'surfen' heeft als stam WEL een -f- uit het kofschip/fokschaap enkrijgt dan dus wel een -t-. Hij heeft gesurft. Durven is -v- oorspronkelijk dus zij heeft gedurfd. Lastig hè? Nu met de vele Engelse woorden die ook in Nederlands zijn toegevoegd gaan we ook uit van het woord ' kofschiptaxietje'. Woorden als 'faxen', 'debuggen', 'chatten' enz.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100