"-ik was de laatste van de schrijvers die optraden-" Nu vraag ik me af of dat net zo klopt als: "ik was de laatste van de schrijvers die optrad?"

Zelf denk ik:' dat ik de laatste was die optrad'. Of kan het beide?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het kan beide. Dat kan je makkelijker zien als je de volgorde van de zin wat verandert: Ik was de laatste van de schrijvers die optraden = Van de schrijvers die optraden, was ik de laatste. Ik was de laatste van de schrijvers die optrad = Van de schrijvers was ik de laatste die optrad. Om het verschil duidelijker te maken, zou je deze zin met extra komma's kunnen schrijven: Ik was de laatste, van de schrijvers, die optrad. De twee zinnen betekenen alleen niet per se hetzelfde. Bij de eerste zin hoeft 'was de laatste' geen betrekking te hebben op het optreden, je kan ook de laatste zijn bij iets heel anders. Bijvoorbeeld "We werden allemaal pas op het laatste moment uitgenodigd. Van de schrijvers die optraden, was ik de laatste." (dus degene die het laatst uitgenodigd werd) of "We gingen laat slapen. Van de schrijvers die optraden, was ik de laatste." (dus degene die het laatst ging slapen). Bij de tweede zin heeft 'was de laatste' wel alleen betrekking op het optreden. Bovendien impliceert het dat er daarna nog mensen die geen schrijvers zijn, optraden.

Volgens mij kan het beide: Ik was de laatste (van de groep) schrijvers die optrad groep wordt als een geheel gezien die optrad. De laatste van de schrijvers die optreden, dan hoort optraden bij de individuele schrijvers die allemaal hun beurt van optreden kregen.

Het is "schrijvers die optraden" want het gaat om een meervoud van schrijver. Als je zegt "ik was de schrijver die optrad" dan kan het wel, maar aangezien je het hebt over een zelfstandig naamwoord in meevroudsvorm moet het werkwoord ook daarop aangepast worden. Vandaar "optraden"

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100