Is het taalkundig verantwoord om in een verhaal zowel de tegenwoordige als verleden tijd afwisselend te gebruiken?

Ik ben een verhaal aan het schrijven, grotendeels in de VT.
Bij bepaalde delen (vooral bij activiteiten van de personages) lijkt het mij leuker om in de TT over te gaan.
Na een zin in VT kan er dan in dezelfde alinea een in de TT komen. Kan dat zonder problemen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Als het verhaal logisch en te volgen blijft wel. Maar als je erg veel wisselt wordt het erg onrustig. Maar schrijf een stukje en lees het dan later door alsof je het nooit eerder gelezen hebt, hoe bevalt dat? Of laat het iemand anders lezen, die een eerlijke mening durft te geven

Als een verhaal grotendeels in de verleden tijd wordt geschreven, moet je proberen daar zoveel mogelijk aan vast te houden. Het staat slordig als steeds gewisseld wordt van tijd. Natuurlijk kunnen uitspraken of gedachtes wel gewoon in de tegenwoordige tijd. Men gebruik echter ook weleens een tegenwoordige tijd terwijl de handeling in het verleden plaatsvond. Dit wordt expres gedaan om de beschreven handeling levendiger te laten lijken. De lezer zit dan als het ware nog meer in het verhaal. Dit kan dan weer wel.

Niet doen, het wordt taalkundig een zooitje. Doe het alleen als het een functie heeft of zet je hele verhaal in de tt.

Dat kan prima. Hier een citaat uit Godfried Bomans "Pieter Bas": "Van juffrouw Bonemeyer herinner ik mij enkel haar lieve stem. Zij kende slechts één liedje, 'Jantje waar gaat gij henen?', doch dat was ruim voldoende." Bomans herinnert zich dit op het moment van schrijven, dus TT, en juffrouw Bonemeyer kende (vroeger) maar één liedje, dus VT. Nog een: "Al word ik honderd jaar, ik zal dit oog niet vergeten. Het keek U aldoor strak aan, onverschillig waar ge U bevond".

Zoals je zelf al goed aanvoelt, is het het beste om in een verhaal één tijd aan te houden. Pin jezelf hier echter niet op vast, en bekijk wat het fijnste leest. Enkele algemene uitzonderingen op het gebruik van één tijd, zijn: - Flashbacks / flashforwards - Praesens historicum: een zin 'plotseling' in de tegenwoordige tijd zetten om het effect ervan te vergroten. Bijv. "Roodkapje liep nietsvermoedend door het bos. En wie ziet zij daar!" Maar nogmaals: ga af op je taalgevoel. Kies de werkwoordsvorm die voor jou het beste 'voelt'.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100