hoe weet ik of ik een d,t,te,de of wat dan ook krijg achter een woord in de VERLEDENTIJD???

Weet jij het antwoord?

/2500

Een werkwoord krijgt in de verleden tijd alleen maar te of de, wanneer het een ZWAK werkwoord is. De andere werkwoorden zijn STERK of ONREGELMATIG, hiervoor gelden andere regels. Bijvoorbeeld: slaan - ik sla - ik sloeg, of kopen - ik koop - ik kocht Er vanuit gaand dat je de 'normale verleden tijd' wilt maken, zal ik je daarvoor de stappen uitleggen. De verledentijds-vormen hebben overigens NOOIT alleen maar T, D. En al helemaal niet DT! Dus: TE of DE Om te weten of het ik speelDe of ik speelTe moet zijn, moet je kijken naar de stam van het werkwoord. Ik zal hieronder uitleggen hoe je te werk moet gaan: 1. Wat is het hele werkwoord? voorbeeld: ik speel - spelen, ik schrob - schrobben, ik kook - koken, ik bak - bakken, ik reis- reizen. 2. Haal EN van het hele werkwoord af. Wat is de laatste letter nu? spelen-spel-l schrobben-schrobb-b koken-kok-k bakken-bakk-b reizen-reiz-z 3. Nu komt het woord 'T FoKSCHaaP (of 'T KoFSCHiP) eraan te pas. Wanneer de laatste letter bij stap 2 in 'T FoKSCHaaP staat, dus een T, K, F, S, CH of P is, komt er -te achter het woord. Wanneer de laatste letter een ANDERE LETTER is, komt er -de achter het woord. 4. Dus: speLen = ik speelDe, schrobBen = ik schrobDe, koKen = ik kookTe, bakKen = ik bakTe, reiZen = ik reisDe Waarom is het nu ik reiSde, en niet ik reiZde? Ik denk dat je zelf al aanvoelt dat het anders niet lekker klinkt. De regel ervoor is: Je plakt de uitgang (dus -de of -te) aan de ik-vorm van het woord. Dus reis +de.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100