hoe weet ik of ik een d,t,te,de of wat dan ook krijg achter een woord in de VERLEDENTIJD???

Weet jij het antwoord?

/2500

"Bij de verleden tijd komt er vaak "te/ten" of "de/den" achter de stam. Om nou te bepalen wat het wordt kun je bijvoorbeeld 't kofschip of 't fokschaap gebruiken. Staat de laatste letter van de stam in een van deze twee woorden, dan eindigt de verleden tijd van het werkwoord op "te(n)", maar als de laatste letter niet in 't kofschip of 't fokschaap staat, eindigt het op "de(n)". en paar voorbeelden: Guus lachte Donald uit. (De h staat er namelijk in.) Bolderbast zette Donalds tuinslang stiekem op een hogere stand. (De t zit er namelijk in.) Kwik, Kwek en Kwak speelden vroeger wel eens met de poppen van de nichtjes. (De l zit niet in 't kofschip.) Karel en Clarabella maakten gisteren ruzie over de afwas. (De k zit in 't fokschaap.) Madam Mikmak toverde de prins in een kikker. (De r zit er niet in.)" http://www.donaldduck.nl/cursussenentips/1205/#duck

Een werkwoord krijgt in de verleden tijd alleen maar te of de, wanneer het een ZWAK werkwoord is. De andere werkwoorden zijn STERK of ONREGELMATIG, hiervoor gelden andere regels. Bijvoorbeeld: slaan - ik sla - ik sloeg, of kopen - ik koop - ik kocht Er vanuit gaand dat je de 'normale verleden tijd' wilt maken, zal ik je daarvoor de stappen uitleggen. De verledentijds-vormen hebben overigens NOOIT alleen maar T, D. En al helemaal niet DT! Dus: TE of DE Om te weten of het ik speelDe of ik speelTe moet zijn, moet je kijken naar de stam van het werkwoord. Ik zal hieronder uitleggen hoe je te werk moet gaan: 1. Wat is het hele werkwoord? voorbeeld: ik speel - spelen, ik schrob - schrobben, ik kook - koken, ik bak - bakken, ik reis- reizen. 2. Haal EN van het hele werkwoord af. Wat is de laatste letter nu? spelen-spel-l schrobben-schrobb-b koken-kok-k bakken-bakk-b reizen-reiz-z 3. Nu komt het woord 'T FoKSCHaaP (of 'T KoFSCHiP) eraan te pas. Wanneer de laatste letter bij stap 2 in 'T FoKSCHaaP staat, dus een T, K, F, S, CH of P is, komt er -te achter het woord. Wanneer de laatste letter een ANDERE LETTER is, komt er -de achter het woord. 4. Dus: speLen = ik speelDe, schrobBen = ik schrobDe, koKen = ik kookTe, bakKen = ik bakTe, reiZen = ik reisDe Waarom is het nu ik reiSde, en niet ik reiZde? Ik denk dat je zelf al aanvoelt dat het anders niet lekker klinkt. De regel ervoor is: Je plakt de uitgang (dus -de of -te) aan de ik-vorm van het woord. Dus reis +de.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100