waar komt het woorddeel 'schoon'vandaan in woorden als schoonfamilie, schoonzoon etc.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In mijn Van Dale etymologisch woordenboek staat dat het al in 1555 gebruikt werd in de vorm van scoon, en dat het inderdaad, zoals hierboven al wordt aangegeven, afkomstig is uit het Frans, beau-frere en belle-soeur. Maar waar dat dan weer vandaan komt, staat er niet bij, misschien is dat helemaal niet bekend.

Bronnen:
Van Dale Etymologisch woordenboek

Schoon is een verbastering van 'schíjn' ;-) ik heb het altijd over mijn schijnfamilie.

Het is een vertaling uit het Frans van beau-frère Toegevoegd na 7 uur: beau betekent niet schoon in de betekenis van rein en zuiver maar van schoon(heid), mooi.

Het doet mij denken aan het woord 'ofschoon'. In de betekenis van 'hoewel' ofwel 'met enig voorbehoud'. Dus: het is wel familie, máár met een maar.

Misschien mensen die je vaak nog niet kent, dus eigenlijk met een schone lei uit jouw ogen? ;-)

Het woord schoon wordt hier toegepast in de gedachte aan deugdelijkheid, met het oog op hun maatschappelijke stand of zedelijke waarde: degelijk, fatsoenlijk, net. Vroeger werd ook wel het bijvoeglijk naamwoord behuwd gebruikt, in de betekenis van aangehuwd.

Bronnen:
http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=articl...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100