Wie kan mij in kindertaal uitleggen wat de regel is met betrekking tot het d of dt gebruik?

Weet jij het antwoord?

/2500

werkwoorden hebben een stam zoals dat heet. De stam van fietsen is fiets- Voor verschillende personen gebruik je verschillende soorten van het werkwoord. Voor de "ik" persoon gebruik je de stam "Ik fiets" Voor de "jij" persoon gebruik je de stam+t "Jij fietst" Het probleem met de d en t krijg je bij werkwoorden die een stam hebben die op d eindigt. Fiets is makkelijk maar worden is lastiger Het is dus ik word (alleen de stam) Maar ook jij wordt (stam +t) Toegevoegd na 1 minuut: werkwoorden zijn woorden die iets dat je kan doen beschrijven. Toegevoegd na 3 minuten: Het probleem ontstaat omdat word hetzelfde klinkt als wordt. Je kan het makkelijk oplossen door het woord waar je over twijfelt even te vervangen door een ander woord. Hij word? gek > Hij fietst gek =Hij wordt gek.

Heel eenvoudig: Neem de stam van je werkwoord door -en weg te halen, bijvoorbeeld: vinden -> vind Vervolgens denk je aan het werkwoord "lopen", dat kun je zonder problemen vervoegen: ik loop (geen t) jij loopt loop jij? (geen t) hij loopt zij loopt Nu zie je dat je bij jij, hij en zij een t moet toevoegen na de stam, en wordt het bij "vinden" dus: ik vind jij vindt vind jij? hij vindt zij vindt Dit kun je toepassen op alle werkwoorden

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100