wanneer weet ik of ik dubbele "d" moet gebruiken of enkele zoals antwoordde of antwoorde?

Weet jij het antwoord?

/2500

je kijkt naar hoe het woord is als je er "ik" voorzet. dan gewoon "de" er achter. het is ; ik antwoord. het wordt dus; ik antwoordde.

Dat is afhankelijk van het werkwoord. In dit geval is het werkwoord antwoorden -dus de d staat er al in- Als het dus verleden tijd wordt, dan schrijf je er een extra D bij: dus dubbel d

Neem het volle werkwoord. dat is antwoorden. De *en* haal je eraf Dan blijft er over antwoord. Dat is gelijk de ik-vorm Ik antwoord. De verleden tijd is antwoord plus *de* = antwoordde Belangrijk is dat je eerst de *en* van het werkwoord afhaalt. gooien min *en* wordt gooi dat klopt weer met de ik-vorm: ik gooi en dan de verleden tijd met *de* erachter. ik gooide. Daar is dus maar 1 *d*, omdat het werkwoord zonder d is. Dat is dus bij de zwakke werkwoorden. Zo heten die nu eenmaal. Bij de sterke werkwoorden veranderen meer letters. een voorbeeld. lopen liep gelopen.

Bovenstaande antwoorden zijn correct, maar let op dat het wel degelijk over een werkwoordsvorm gaat. "Ik beantwoordde een vraag." --> dubbele 'd' Maar: "De beantwoorde vraag" --> enkele 'd'

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100