hadden gewone mensen (dagloners armen en zo) ook burgerrechten in steden met stadsrechten?

hadden zij ook een stem bijvoorbeeld bij het kiezen van regenten

Toegevoegd na 2 dagen:
heel interessante info, ik ben er wijzer van geworden.
mijn vraag is echter niet beantwoord. hadden niet bemiddelde inwoners van een stad ook burgerrechten...

Weet jij het antwoord?

/2500

De meeste steden in de vroegmoderne tijd kenden een regering bestaande uit gekozen mannelijke poorters, die zitting hadden in de vroedschap. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond een stadsbestuur uit de magistraat en de vroedschap. Poorter is een in de Nederlanden voorkomende historische benaming voor een burger die zich het recht verworven had binnen de poorten van een plaats met stadsrechten te wonen. De aspirant-burger moest voor het verkrijgen van burgerrechten een zekere som geld betalen om te bewijzen dat hij niet armlastig was en in eigen onderhoud kon voorzien. De middeleeuwse stedelingen waren van mening dat de vroedschap, waaruit de stedelijke bestuurders werden gekozen, moesten bestaan uit de weisten, treffelijksten en rijksten van de stadsbevolking De vroedschap mocht ieder jaar een nominatie opmaken voor de functies van de burgemeesters en de schepenen. Deze functies werden voor een jaar bekleed door de leden van de families die ook voor het leven zitting hadden in de vroedschap. Daar men voor het leven werd benoemd, en de vroedschap zich door coöptatie aanvulde wisten de patriciërs hun stand in grote mate af te sluiten. Deze afsluiting werd nog versterkt door middel van onderlinge huwelijken. Coöptatie is een systeem waarbij leden van een vereniging, vergadering of raad zelf nieuwe leden kiezen of aanwijzen. Lidmaatschap was in principe een kwestie van uitverkiezing (coöptatie) en niet van erfopvolging. Zoals je ziet was in ieder geval wat betreft het stemrecht een gewone arbeider niet bij machte om invloed op het stadsbestuur te hebben. Toegevoegd na 1 uur: Regenten waren de bestuurders van de Nederlandse steden in de 17e eeuw en de 18e eeuw. De macht was daar in handen van regentenfamilies, die vaak elkaar de bal toespeelden. De burgemeesters van Amsterdam bijvoorbeeld, die elkaar benoemden, maar ook de staten en Gedeputeerde Staten van de provincies, die eveneens in handen waren van een klein aantal families. De Nederlandse steden werden reeds sinds de late middeleeuwen bestuurd door de rijkere koopmansfamilies, die langzamerhand een gesloten klasse gingen vormen. Aanvankelijk kon de in schutterijen verenigde lagere burgerstand hier nog een zeker tegenwicht tegen bieden, maar in de loop van de 17e eeuw kreeg het stadsbestuur een steeds meer oligarchisch karakter.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100