hoe reageerden de nederlanders op de komst van de molukkers?

Weet jij het antwoord?

/2500

Ik was toen een kind van ongeveer 7 jaar maar ik herinner me dat men een beetje laatdunkend en denigrerend over deze bevolkingsgroep deed. Men keek dus nogal op ze neer en noemde ze 'die Blauwen'. Toch herinner ik me ook dat er Molukse kinderen op school verschenen en dat wij daar toch vriendschappelijk mee omgingen. Ik denk dat wat ik hier schrijf zo'n beetje voor heel Nederland gold en niet alleen voor mijn woonplaats.

Anders dan de treinkaping doet vermoeden had of heeft men in Nederland geen hekel aan de Molukkers. Veelal mensen die met de KNIL te maken hadden en in het vooruitzicht gesteld, dat er spoedig een vrije staat der Zuid Molukken zou komen dachten tijdelijk naar Nederland te gaan. Het pakte anders uit. De scheldnaam Blauwe was niet zozeer tegen hen gericht. Hier de uitleg volgens M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek blauwe: Indo(-Europeaan); iemand van Indonesische afkomst. Destijds in Ned.-Indië meestal door volbloed Hollanders of totoks gebruikt. Soms ook binnen de indo-groep om een indo met wat te veel verbeelding op zijn nummer te zetten. Vaak wordt er een specificatie aan toegevoegd: blauwe trekhonden sloeg op lagere indo-ambtenaren, terwijl met blauwe bloedhonden lagere indo-militairen bedoeld werden. Salleveldt (1980) geeft bij blauw als uitleg: ‘Indisch-Nederlands. Wat moet zo’n totok nou met een blauw grietje?’ Bij de marine is blauwe piel een scheldwoord voor iemand van Indonesische afkomst. Blauwe hap is Indisch eten, nasi, in het bijzonder de rijsttafel. De term raakte in zwang in de periode 1945-1950, toen de Nederlandse krijgsmacht in Nederlands-Indië present was. Een synoniem voor blauwe is plopper*. plopper, pelopper: (soldatentaal) Indonesische militair of vrijheidsstrijder en meer algemeen ook voor een Indonesiër. Het woord werd voornamelijk gebruikt in de Nieuw Guinea-periode. Tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd kende men het in de betekenis van ‘voorloper, verkenner, wegbereider’. Militairen die deelnamen aan de zgn. ‘politionele acties’ (een eufemisme voor koloniale oorlog) vatten het daarentegen op in de zin van ‘opstandeling; politiek extremist’ (in de Indonesische strijd om zelfstandigheid). Volgens Van Dale ontstond de term in de periode 1926-1950. Militairen in Indonesië gebruikten ook een werkwoord plopperen in de zin van ‘stelen’. Het was een halve plopper, en daar schaamde hij zich voor. (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964) Die peloppers zijn beulen, maar onze reactie is net zo barbaars. (Jacob Zwaan, Soldaat in Indië, 1969) ‘Hij is toch geen nikker?’ vroeg De Gier. ‘Meer een blauwe zou ik zeggen, een plopper.’ (Janwillem van de Wetering, De straatvogel, 1

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100