Waren er mensen tijdens de Gouden Eeuw, tijdens de tijd van de godsdienstvrijheid, al atheïst?

Bijvoorbeeld een kwakzalver, iemand die liegt en bedriegt. Daar leefden er veel van toen, maar waren die nog christelijk of al atheïst?

Toegevoegd na 12 minuten:
Ik heb het over een kwakzalver die ervan bewust is dat die aan het oplichten is, voor de duidelijkheid.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Kwakzalvers In de middeleeuwen waren kwakzalvers het beste wat men op geneeskundig gebied had. Sommigen van hen hadden een geloof, anderen niet. Zij waren degenen die tandarts, chirurgijn en psycholoog tegelijk waren. Met hun rondreizende " kliniek" , oefenden ze het tandtrekken, urinekijken en aderlaten uit. Ze verkochten "medicijnen" die vaak wonderwel werkten. We zouden het nu het placebo-effect noemen. De kwakzalver wist dat wanneer hij optimistisch was over de geneeskunst, dat mensen eerder genazen. Is dat oplichting ? Ook nu zijn er veel "alternatieve" genezers die geen flauw benul hebben hoe het menselijk lichaam functioneert, maar die rustig hun middeltjes verkopen als zijnde het beste redmiddel tegen alle mogelijke ziekten. Het laatste half jaar zijn er hier ook veel vragen over deze middelen gesteld. Medisch gezien kunnen ze niet eens werken, maar er blijven mensen die er in willen geloven. Godsdienstvrijheid Na 1581 werd in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de openbare uitoefening van de katholieke godsdienst verboden. Katholieken werden als tweederangs burgers behandeld en moesten voor hun eredienst hun toevlucht zoeken in schuilkerken. Deze situatie duurde tot 1795 toen de Bataafse Republiek in de plaats kwam van het oude regime en katholieken dezelfde rechten kregen als protestanten. Het duurde echter nog tot 1853 voor de bisschoppelijke hiërarchie hersteld werd. Atheist. atheïsme komt uit het Grieks en is samengesteld uit a- dat 'zonder' betekent en theïsme van het woord 'theos' dat 'god' betekent. Het woord 'atheïst' betekent dus letterlijk 'zonder god'. Het wordt gekenmerkt door de afwezigheid van het geloof in het bestaan van god of goden. Sommige atheïsten geloven dat alle goden niet (kunnen) bestaan, anderen beperken hun atheïsme tot één specifieke god, bijvoorbeeld de christelijke God. In het oude Romeinse rijk werden de christenen atheïsten genoemd omdat zij niet geloofden in de Romeinse goden. Eigenlijk is elke consistente monotheïstische gelovige een atheïst voor alle godsdiensten behalve de zijne. Nu je vraag. Of er in de goede eeuw al atheïsten waren. -Er waren mensen die niet in een god geloofden. - Er waren leugenaars, oplichters en bedriegers. Er zijn ook nu mensen die liegen en bedriegen. Deze mensen kunnen gelovig zijn of niet. Die twee hebben niets met elkaar te maken. BV: de kerk van de pinkstergemeente zegt een site te hebben met geregistreerde wonderen.

Bronnen:
http://www.deatheist.nl/index.php?option=c...
https://www.lucepedia.nl/dossieritem/godsd...
pinkstergemeentewonderen.nl

In het Nederland van de Gouden Eeuw stond de georganiseerde geneeskundige verzorging door chirurgijns en medicinae doctores op een redelijk peil, in de steden was de gezondheidszorg goed. Om chirurgijn te worden moest je in dienst treden bij een meesterchirurgijn, die lid was van het plaatselijke chirurgijnsgilde. Men kon ook via een korte opleiding in een havenstad de “zee-proef” doen en als scheepschirurgijn op zee aan de slag. Naast de georganiseerde geneeskundigen speelden ook de Vrije Meester een belangrijke rol bij de behandeling van ziekten en aandoeningen. Deze Vrije Meesters trokken van de ene naar de andere kermis en jaarmarkt, maar ook van stad naar stad. Zij moesten een goede naam hebben aangezien er toestemming nodig was van het stads- of van het gildebestuur om binnen de stadsmuren te praktiseren. De Vrije Meester was niet bij een gilde aangesloten maar had zich in de praktijk bekwaamd in het uitvoeren van één enkele soort ingreep of in het behandelen van één bepaalde aandoening, een specialist dus. De echter Kwakzalver was eropuit om de patiënt via bedrog financieel uit te kleden, door middeltjes en behandelingen voor te schrijven die niet werkten. Hij wist heel goed het potje geen zalf maar wagensmeer bevatte. Een beruchte kwakzalver was de keisnijder, die met veel theater een kei uit het hoofd verwijderde en hem genas van hoofdpijn of van algehele dwaasheid. In werkelijkheid had de operateur de kiezelsteen al in de zak vóór de behandeling, de kwakzalver wist duvelsgoed dat de steen er niet pas later was ingevlogen. De Vrije Meester echter, was een in de praktijk getrainde specialist, die operatieve ingrepen uitvoerde en veel mensen ook werkelijk van hun kwaal afhielp. Doordat hij vaak op dezelfde markten en kermissen kwam als de echte kwakzalvers kreeg hij ten onrechte ook de titel kwakzalver. Vandaar dat men sprak over betrouwbare en onbetrouwbare kwakzalvers. Om een antwoord op je vraag kort samen te vatten: Jazeker waren er in de tijd van de Gouden Eeuw atheïsten, maar een verband met oplichtende kwakzalvers is er niet. Liegen en bedriegen is van alle tijden en komt in alle lagen van de bevolking voor,al vanaf het begin der mensheid. Dat was ook in de Gouden Eeuw niet anders. In zowel de vroege (1588-1647) als in de late Gouden Eeuw (1588-1647) kon een kwakzalver, die de boel oplichtte een christen of een atheïst zijn, althans zich zo noemen, en weten dat al zijn hax pax max deus adimax bedrog was.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100