Hoe ziet of weet men dat een schedel 3 miljoen jaar oud is

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ik zou zeggen dat ze dat niet kunnen nagaan, 3 miljoen jaar. Gewoon omdat dat een TE lange tijd geleden is.

er wordt een bepaalde stof in de schedel gemeten waarvan de tijd van verval bekend is. zo kan je bij benadering zeggen hoe oud iets is.

Dit doen ze door de radioactiviteit in het bot te meten. Wanneer een levend wezen overlijdt dan neemt de radioacvtiviteit in de botten af. Aan de hand van de hoeveelheid radioactiviteit, kan de leeftijd van het bot worden bepaald. Ze kunnen dit tot 50.000 jaar terug onderzoeken.

Datering van fossielen gebeurt op een paar manieren (meestal meerdere, zodat eventuele fouten gecorrigeerd kunnen worden). - Hoe dieper iets zit, hoe ouder het is. Nieuwe sedimentlagen vormen zich over oudere, en als het gebied sterke verandering ondergaat, ontstaan duidelijke lagen. (http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/6/6d/GRANDVIEWREVB.jpg) De strepen zijn duidelijk zichtbaar, dat zijn verschillende aardlagen, met verschillende leeftijd. Na veel onderzoek wereldwijd bleken deze lagen wereldwijd in dezelfde volgorde terug te vinden te zijn - al waren ze nergens volledig aanwezig. Dit komt omdat aardlagen alleen vormen in perioden van specifieke egologische activiteit (uit m'n hoofd moet de aardplaat zakken, maar dat weet ik nu even niet 100% zeker). - Het dateren van deze aardlagen gebeurt door radioisotopische meting. Vulkanische activiteiten laten een laag gestolt gesteente achter, waarin radioactieve atomen zitten. Voordat deze stolt kunnen deze nog ontsnappen en interacteren met de wereld eromheen, maar na het stollen zitten deze vast in het gesteente. Omdat deze radioactief zijn, zullen deze met de tijd vervallen tot andere stoffen. De tijd dat hieroverheen gaat (halfwaardetijd) is voor een heleboel stoffen bekend (wegens grondige onderzoeken en herhaalde experimenten). Als je in het gestolde gesteente kunt uitvinden hoeveel deze beide stoffen (de oorspronkelijke, en de reststof) voorkomen, in verhouding tot elkaar, kun je dus redelijk nauwkeurig berekenen hoe oud die laag gesteente is. Omdat de aardlagen wereldwijd herkenbaar identiek zijn, kun je dus op basis van deze vergelijking wereldwijd van dezeldfe aardlaag verwachten dat deze ongeveer even oud is. In het ideale geval bevestig je de vondsten door te dateren op basis van verschillende radioisotopen, of vanaf andere locaties. Dit heeft tot nog toe niet tot onmogelijke resultaten geleid, maar bevestigt de vondsten. Halfwaardetijden varieren van enkele seconden tot miljarden jaren, dus hieruit kun je overlappende en aanvullende klokken halen. - Individuele fossielen zelf kunnen ook gedateerd worden, maar dat is wat lastiger. De meest gebruikte variant hiervoor is Carbon-14 datering, maar die is nauwkeurig tot slechts zo'n 45.000 jaar geleden (en voor een deel gestaafd met dendrochronologie (boomringen) die zelf ook meer dan 10.000 jaar teruggaan). Dit verloop op dezelfde manier, maar wordt tevens gestaafd met informatie van de grond waarin het gevonden is. Toegevoegd na 1 minuut: + meer

Ze meten via de C14 methode de oudheid van de schedel... C14 is een halfwaardetijdmeter van de koolstof in de schedel, zolang het in de natuur zit is de C14 waarde bekend en als het uit het systeem komt vervalt die waarde en dan kan men vrij nauwkeurig de oudheid van dat voorwerp bepalen... Voor info zie wikiwiki...

Ha, die Ritje; Dat kan relatief betrouwbaar aan de hand van de koolstofdateringsmethode. Maar al is de nauwkeurigheid in die datering ook maar enkel cijfers achter de komma afwijkend dan scheelt dat zo enkele tientallen generaties. Het kan dus wel betrouwbaar in het spectrum van de geschiedenis van de aarde, maar niet als je kijkt naar de geschiedenis van de oorspronkelijke eigenaar van die schedel. Toegevoegd na 18 uur: Ritje? Sorry, Rietje....

Dat kan vrij eenvoudig aan de hand van de zogenaamde koolstofmethode of C14 methode (er zijn overigens ook andere dateringen met andere stoffen mogelijk). We weten hoe snel die stoffen vervallen, en aan de hand daarvan kun je een vrij nauwkeurige (zij het op jaren nogal grove) schatting maken van de ouderdom van natuurlijke voorwerpen. Dat moet je ongeveer zien als een zandloper, die in 'ingebouwd' in al wat leeft. Deze zandloper loopt echter niet regelmatig leeg, maar volgens een vast patroon : elke zoveelhonderd jaar- zeg voor het gemak maar even 1000 - , loopt de helft van de zandloper leeg. Als je het voorwerp vindt, en er zit nog maar de helft van het zand in de zandloper, dan is het 1000 jaar oud. Zit er nog maar een kwart in, dan is het 2000 jaar oud, zit er nog maar 1/8 in, dan is het 3000 jaar oud, enz. We noemen dat de 'halfwaardetijd', de tijd waarin bepaalde stoffen vervallen tot de helft van de oorspronkelijker hoeveelheid. En de oorspronkelijke hoeveelheid van, bijvoorbeeld, koolstof, is een heel stabiele hoeveelheid. Wanneer met dus een schedel dateert op 3 miljoen jaar, kunnen ze er wel honderd of misschien duizend jaar naast zitten, en zelfs misschien wel vijfduizend jaar, maar beslist geen miljoen jaar. Dingen die niet natuurljk zijn maar door mensen gemáákt zijn, zijn veel lastiger te dateren. Een pot van klei, bijvoorbeeld, zou de ouderdom van de klei / het zand meten, en die is natuurlijk vele malen ouder dan het voorwerp zelf.

Radiometrische datering is de voornaamste dateringsmethode die door wetenschappers wordt gebruikt om de leeftijd van de Aarde te bepalen. Radiometrische dateringstechnieken maken gebruik van het natuurlijke verval van radio-isotopen. Een isotoop is één van twee of meer atomen die hetzelfde aantal protonen in hun atoomkern hebben, maar een verschillend aantal neutronen. Radio-isotopen zijn onstabiele isotopen: zij vertonen spontaan verval (in dit proces van verval wordt straling uitgezonden, hierdoor zijn deze isotopen dus radio-actief).Dit verval gaat via verschillende overgangsfasen door totdat een punt van stabiliteit is bereikt. Wetenschappers denken dat zij in staat zijn om de leeftijd van een iets te bepalen door te meten hoe lang het verval duurt van een onstabiel naar een stabiel element. Veel van de leeftijden die met behulp van radiometrische dateringstechnieken worden afgeleid worden groot gepubliceerd. Maar hierin worden de fundamentele aannames die hiervoor gemaakt zijn niet vermeld. Hier zijn de drie voornaamste aannames zodat je deze zelf kan bekijken: • De snelheid van het verval is constant. • Er heeft nooit vervuiling opgetreden (dat betekent dat geen intermediaire of dochter-elementen zijn toegevoegd aan het gesteente-proefstuk of hieruit zijn weggelekt). • We kunnen bepalen hoeveel dochter-element er oorspronkelijk aanwezig was (als we aannemen dat er in het begin geen dochter-element was, maar er was al dochter-element aanwezig toen het gesteente werd gevormd, dan zou het gesteente dus slechts de schijn van een hoge leeftijd hebben). Het is dus maar de vraag of Radiometrische Datering wel betrouwbaar is.

Bronnen:
http://www.allaboutcreation.org/dutch/radi...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100