Is het: Houdt u er rekening mee of Houd u er rekening mee?
Is dit gebiedende wijs of niet?
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.
Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.
Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
Op deze pagina vind je alle vragen over Kunst & Cultuur. Specifieke vragen over beeldende kunst, boeken en auteurs, dans en theater, etymologie, geschiedenis, musea, poëzie en taal vind je in één van de subcategorieën.
Is dit gebiedende wijs of niet?
Weet iemand die schilderijen van Abraham Fresco naar behoren kan taxeren?
Beste mensen, kunnen jullie alsjeblieft me helpen met een taalkundige kwestie? Hieronder staan een paar zinnen waarvan ik de grammaticale structuur niet kan beredeneren. Toch heb ik sterk het vermoeden dat ze correct zijn.
1. Je kunt nu al kruidnoten op de markt kopen.
2. Deze week heb ik voorverpakte sperziebonen in de supermarkt gekocht.
3. Zij en haar man hebben een huis in Amerika gekocht.
In principe dienen alle bijwoordelijke bepalingen in het middenstuk (in deze gevallen van plaats) links van een onbepaald lijdend voorwerp te staan. Maar in deze frases blijkt steeds de bijwoordelijke bepaling niet vóór maar juist na het lijdend voorwerp en vóór de tweede pool plaats in te nemen. Hoe is zulke woordvolgorde te verklaren? In de ANS heb ik dit aangetroffen:
Ik |heb| een nieuwe pen gisteren |gekocht.| <<uitgesloten>>
Heeft het ermee te maken dat in die voorbeelden de bijwoordelijke bepalingen door voorzetselconstituenten worden uitgedrukt die, als het ware, zich vrijer kunnen gedragen? Of zijn het in de aangehaalde zinnen helemaal geen bijwoordelijke bepalingen maar voorzetselvoorwerpen die niet de plaats van het onderwerp maar van het lijdend voorwerp nader bapalen? In zin 3 zou dat waarschijnlijk wel het gaval kunnen zijn maar in zinnen 1 en 2 is dat eerder toch niet zo. Als er iemand is die dit raadsel zou willen ontwarren zou ik het heel op prijs stellen.
De Franse verkoper was eerlijk, hij wist het niet toen wij vroegen waar een dergelijk masker vandaan zou komen. Wie kan ons helpen?
GoeieVraag.nl is onderdeel van Kompas Publishing