Hoort PGB indicering navenant lager te zijn als de lijfzorg deels door mantelzorgers wordt gedaan?

En wordt dit nog anders als die mantelzog deels bestaat uit verpleegkundige handelingen (omdat de partner vam de zorgbehoevende toevallig berpleegkundige is

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Om te beginnen is er door de stelselwijziging van de AWBZ op dit moment veel onzekerheid en bestaat er nog geen inidicatiepraktijk. Daarover leg ik hieronder (als reactie) iets uit. Misschien is het goed om dat eerst te lezen. Voor wat betreft de mantelzorg was binnen de AWBZ was de cliëntsoevereiniteit een belangrijk uitgangspunt. Dat betekent dat de wens van de cliënt in hoe die zijn zorg wenst te ontvangen en realiseren, centraal staat. Een cliënt kon daarom nooit gedwongen worden om in plaats van AWBZ-zorg de zorg door een familielid of huisgenoot te accepteren. Anderzijds: als er mantelzorg IS en cliënt en mantelzorger daar tevreden over zijn, het niet nodig is om voor deze zorg ook een aparte indicatie te stellen. Als de partner van de zorgvrager aangeeft de persoonlijke verzorging prima te kunnen doen maar alleen op werkdagen in de knoop te komen, dan hoeft er alleen zorg geïndiceerd te worden voor de dagen waarop de partner werkt. En als de zorgbehoevende partner in aanmerking komt voor een PGB (verzorging en verpleging valt veelal onder de ZvW, daarin gelden aanvullende criteria voor PGB-zorg) dan is het zelfs mogelijk dat de partner deze zorg blijft leveren en daarvoor betaald krijgt uit het PGB. Let er dan wel op dat de regels voor het inhuren van familieleden steeds strenger worden, en dat met name bij de ZvW hier nog geen duidelijkheid over is: een deel van de plannen is nu uitgesteld tot 1 mei; wat daarna komt is op dit moment niet duidelijk. Naast mantelzorg is hierin ook nog het begrip “gebruikelijke zorg” van belang. Dat is zorg waarvan het gebruikelijk is dat ouders, kinderen of partners deze aan elkaar verlenen. Zo is het gebruikelijk dat een kind van twee luiers draagt en zichzelf niet kan aankleden. Voor deze zorg wordt daarom geen indicatie gesteld bij een gehandicapt kind van twee. Alleen bovengebruikelijke zorg wordt geïndiceerd. Voor partners geldt dat men persoonlijke verzorging tot drie maanden gebruikelijk vindt. Verpleegkundige zorg is meestal geen gebruikelijke zorg, behalve bij handelingen die door de verzekerde of de ouders van de verzekerde (bij kindzorg) kunnen worden aangeleerd. Voor partners geldt voor zover ik kan vinden geen uitzondering (bron 1), dus ik ga er vanuit dat specifieke verpleegkundige handelingen hier niet gezien worden als gebruikelijke zorg. In dat geval kan deze zorg geïndiceerd worden vanuit de WLZ of ZvW. Maar de praktijk is er dus nog niet (zie reactie).

Bronnen:
http://www.zorginstituutnederland.nl/pakke...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100