Waarom neem je aan dat de ander weet wat jij weet?

Het is mij al een paar keer overkomen dat ik in een situatie kwam waar "de ander" heel "raar" reageerde.

Pas later kreeg ik door dat dit "raar" was, omdat hij/zij niet hetzelfde wist als ik, terwijl ik dat wel dacht.

Ik begrijp uit diverse tijdschriftartikelen dat dit een relatief veelvoorkomend iets is: Denken dat, als jij iets weet, de ander dat dan ook moet weten.

Dit dus niet normatief, maar gewoon als uitgangspunt. Bijvoorbeeld (fictief): ik weet dat de aarde rond is, dus ik stel voor om rond de wereld te reizen en de ander vindt dat een stom plan (omdat hij denkt dat je van de aarde valt. Dat is een raar antwoord, omdat die ander "natuurlijk" dezelfde kennis over de ronde aarde heeft als jij.

De vraag is dus: hoe komt het dat je zo makkelijk aanneemt dat de ander dezelfde (voor)kennis heeft als jijzelf?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Als mensen bepaalde (voor)kennis hebben, gaan ze er vaak te gemakkelijk van uit dat anderen die kennis ook hebben. Ze denken dat iedereen vanuit hetzelfde uitgangspunt vertrekt. In werkelijkheid kun je mensen verdelen in ‘zij die weten’ en ‘zij die niet weten’. Beide groepen zullen jouw informatie verschillend interpreteren en verwerken. Aan de buitenkant zul je daar meestal niets van merken. De mensen die ‘weten’, staan er niet bij stil dat anderen kennis missen. En de mensen die ‘niet weten’, weten niet welke kennis ze missen. De kennis die je hebt, kan je dus in de weg staan in het contact met anderen. Jouw kennis verblindt omdat je ervanuit gaat dat de ander hetzelfde weet. Door jouw kennis heb je niet meer in de gaten dat anderen je niet meer begrijpen. Zo begrijp je probleemloos de bedoeling van de woorden die je zelf uitspreekt, maar dat wil niet zeggen dat anderen die ook verstaan. Je denkt een duidelijke boodschap te communiceren. Je ziet de mensen tegen wie u spreekt knikken, maar in werkelijkheid snappen ze er niets van. Ze willen alleen niet laten blijken dat jouw jargon hen boven de pet gaat. Maar je goedbedoelde ideeën zullen daardoor hun bestemming niet bereiken. En van jouw argumentaties blijft weinig hangen.

Bronnen:
http://www.lichaamstaal.nl/manager/kennis.html

Ik denk omdat iedereen zijn eigen gedachten als referentiekader gebruikt. Bij sommige dingen kun je je bijna niet voorstellen dat een ander iets niet weet. Andersom kan dat precies zo gelden.

Een groot deel van de menselijke communicatie is gebaseerd op een gezamenlijk referentiekader. Als je goed let op conversaties tussen mensen, gaat je opvallen hoe weinig er echt gezegd wordt en hoeveel gesuggereerd. "Wat een weer he?" = "Wat is het een rotweer!" "Nou!" = "Ja, het weer is inderdaad klote" "Moet je dezelfde kant op misschien?"= "Mag ik onder je paraplu mee naar het station lopen?" "Loop maar mee" = "Ja, je mag onder mijn plu" In een conversatie wordt vaak eerst het gezamenlijk referentiekader bepaald (vind jij het net zulk hondeweer als ik?), daarna wordt op dat referentiekader voortgebouwd (als jij het ook zo'n hondeweer vindt, snap je wel dat ik onder je paraplu wil meelopen). Bij de taalontwikkeling van kinderen zie je hetzelfde fenomeen. Kinderen leren eerst een gezamenlijk referentiekader te scheppen, door te wijzen naar objecten bijvoorbeeld, alvorens daarop met taal voort te borduren. Een kind leert zo eerst te wijzen naar een banaan en smekend te kijken naar de ouders, voordat het leert te zeggen dat het een banaan wil hebben. Het leert dat het belangrijk is om de ander mee te krijgen in de eigen intenties. (Ouders snappen trouwens beide even goed.) Een onderzoeker die hier veel over heeft geschreven is Damasio. Voor de menselijke soort is het heel belangrijk geweest dat intenties konden worden overgebracht en dat dus een gezamenlijk referentiekader wordt geschapen. Het heeft op den duur communicatie over complexere onderwerpen (dan bijvoorbeeld het willen hebben van een banaan) mogelijk gemaakt. Voor mensen die in een gelijksoortige wereld zijn opgegroeid is het referentiekader ongeveer gelijk. Daarom werkt die aanname van een gezamenlijk referentiekader ook zo goed. Dat het soms mis gaat, zoals in jouw platte-wereld-ronde-wereld-voorbeeld is (gelukkig) een uitzondering. De grootste verschillen zitten hem tussen generaties en tussen culturen. Met een internationaliserende wereld komen misverstanden wel vaker voor dan vroeger. Misschien dat het je daarom is opgevallen dat aannames niet altijd werken bij iedereen. Maar in de meeste gevallen dus wel! En dat maakt dat we er nog steeds grif gebruik van maken.

"Waarom neem je aan dat de ander weet wat jij weet?" Dát geldt natuurlijk niet altijd, en ook geldt dat niet voor een ieder; maar áls dat gebeurt, dan komt het omdat je dat aanneemt, en omdat je DACHT te weten; daarom zeg je zelf: "Pas later kreeg ik door dat dit "raar" was, omdat hij/zij niet hetzelfde wist als ik, terwijl ik dat wel DACHT."

Mensen die zichzelf op gelijk niveau ervaren als anderen hebben die neiging. Zouden ze dat niet doen dan ontstaat er namelijk een niveauverschil in hun gevoel, zij weten dat wel maar een ander niet. Dat geeft een gevoel van hoger zijn, verder zijn. En juist dat gevoel van hoger zijn, meer kennis hebben krijgt zo makkelijk, zo automatisch een waardeoordeel mee dat men het niet als los van elkaar ziet. Ze voelen zich niet meer waard dus moet de ander het ook weten. Bij vakspecifieke kennis is dit minder, daar kan iemand minder kennis hebben en toch niet als lager worden gezien, omdat die andere kennis heeft. Hier kan men de specialisaties meerekenen. Maar als je dus kennis hebt wat geen specialisatie van jou is, krijg je het waarde probleem. Totdat je hoger zijn, of meer kennis hebben zonder waardeoordeel kunt bekijken/ervaren.

Ik vergelijk het altijd door welke "bril" je kijkt (referentiekader) iedereen heeft een andere bril op. Daar zit ook meteen een verwachting bij. Hoeveel mensen zeggen niet : ow ik dacht dat jij ....... heeft ook met een verwachting te maken. Het heeft ook met communicatie te maken. Als je vraagt aan mensen kom je ook een heel eind. Dat schept een hoop duideliijkheid ,in plaats van denken en verwachten. Mensen gaan er onderling van uit dat ze op de level zitten qua denken, ook in werksituaties .Maar helaas pakken dingen minder goed uit als je het niet uitspreekt. Het heeft met miscommunicatie te maken. Denkwijzes worden niet uitgesproken. Daar kun je ook vaak irritaties door krijgen. Goeie vraag trouwens.+

Redundantie is het psychologische begrip waar jij op doelt... Dat wat je bij de ander als bekend kunt beschouwen... Dat is uit onwetendheid... Kinderen spreken altijd vanuit dat perspectief dat jij á priori alles al weet wat het kind doet of mee bezig is... Die eigenschap heeft iedereen en verdwijnt met de jaren... En zoals met alles, bij de een wat eerder dan bij de ander... Soms zijn er zelfs oude mensen die dat nog doen...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100