wat is het verschil tussen structurele en conjuncturele werkloosheid?

Weet jij het antwoord?

/2500

Structureel is continu. Conjunctuur is dat het afhankelijk is van de economische omstandigheden.

We hadden zeg maar structureel ouderen werkloosheid , nu door de conjunctuur (de slechte economische vooruit zichten ) ook dat er mogelijk ontslagen vallen of dat school ver laters niet aan de bak komen . (oplossing Vd politiek ouderen nog iets langer laten werken en dat studenten heel snel moeten afstuderen zo dat ze snel ? )

Structureel heeft met de aanbodzijde te maken, conjunctureel met de vraagzijde. Bij structurele werkloosheid is er te veel arbeid beschikbaar voor een beperkt aantal arbeidsplaatsen. Bij conjunctureel is de vraag naar arbeid afgenomen( om welke reden dan ook) en is tijdelijk.

Conjunctuur kun je vergelijken met de beweging van wisselstroom, een soort golfbeweging. Na een piek, komt weer een dal. Structureel is onafhankelijk van die golfbeweging, dwz bijna een soort horizontale lijn. Deze werklozen komen niet meer aan de bak, is een soort gegeven. Bij de eerste groep, conjunctuur, is er wel een grotere kans dat deze werklozen weer aan een baan komen.

Conjuncturele werkloosheid houd verband met schommelingen in de economische conjunctuur. Conjunctuur is de verandering van het groeipercentage van de economie. Een conjunctuur volgt in een sinus (golf) beweging. Een mooi voorbeeld is nu. Nu zitten we in een dal, en de werkeloosheid is hoger. We komen vanzelf in een herstel, en dan ga je merken dat de werkloosheid daalt. Structurele werkloosheid houd geen verband bent de conjunctuur. Dit kan wel verband houden met andere zaken. Dit zit wat makkelijker in elkaar, maar we zetten het wel uit in andere categorieën. Om het makkelijk te maken gebruik ik voorbeelden. Zoals het seizoens-werkloosheid. Denk aan een IJssalon. Deze zal in de zomer werk genoeg hebben, maar in de winter zal de afzet (=verkoop) stukken minder zijn. De kosten worden dan hoger dan de opbrengsten. Dan is het verstandig om de kosten te minderen. Minder personeel is minder kosten, en dan ontstaat werkloosheid. Denk ook aan kwaliteits-werklozen Deze groep kan niet voldoen aan de kwaliteit dat van hen geëist wordt. In deze groep zitten bijvoorbeeld arbeidsongeschikten, ongeschoolde. Of misschien verkeerd geschoolde. En dan heb je nog kwantiteits-werklozen. Dit houd verband met alle gebeurtenissen die betrekking hebben met het aantal werkplaatsen. In een bedrijf zijn bijvoorbeeld 100 werkplaatsen, die allemaal bezet zijn. Door een fusie met een ander bedrijf met 100 bezette plaatsen zijn er 200 plaatsen. Ogenschijnlijk. Want misschien heb je maar 1 administratieve afdeling nodig. Logischerwijs verdwijnen er plaatsen. Dus van 200 plaatsen naar 150, heb je 50 kwantiteitswerklozen. Andere voorbeelden van kwantiteits werklozen zijn reorganisatie, bedrijfsverhuizing en automatisering. Als laatste is nog frictiewerkloosheid. Dit is bijvoorbeeld iemand die wil overstappen naar een andere baan. De tijd tussen 2 banen is dan frictiewerkloosheid. Maar ook afgestudeerde die aan het solliciteren zijn, zijn frictiewerklozen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100