Natuurkunde leren... hoe doe je dat?

Ik heb enkele jaren natuurkunde gehad op basis niveau. Nu ben ik er een tijdje uit en moet ik wederom een examen natuurkunde maken, aangezien het vorige examen is afgekeurd door het IVW (lang verhaal, is in dit geval niet zo belangrijk).

Ik moet dus in korte tijd weer zo'n 400 bladzijde gaan leren over basisnatuurkunde op HAVO/VWO niveau. Veel theorie, en veel formules die je dus moet kennen.

Maar hoe pak je dat nou het beste aan?

Hoe krijg ik al die forumules in korte tijd goed geleerd bijvoorbeeld?

Ik heb overigens wel een boek met oefenopgaven, maar aangezien hier geen antwoorden van bekent zijn heb ik daar weinig aan.

Veel theorie heb ik overigens nog wel "op een rijtje" in me hoofd zitten, dat is dus niet echt het probleem... het zit hem meer in het kunnen werken met de theorie.

Weet jij het antwoord?

/2500

schrijf alle formules op een blad zodat het overzichtelijk is.. in gedeeld in groepen over licht enz.. ofzo.. de theorie door lezen en op schrijven wat je niet wist.

Om natuurkunde te doen, moet je zo min mogelijk leren. Leren is namelijk moeilijk. Je bent veel efficiënter zodra je de stof *snapt*. Als je het namelijk snapt, dus echt begrijpt, hoef je al veel minder te leren. Het enige dat je dan nog moet leren, zijn enkele basisformules. Voor de rest gaat het om het begrip, en om oefening in het toepassen. Laat ik een paar voorbeelden geven. Eén van de wetten van Newton zegt: kracht is massa maal versnelling. F=m·a of K=m·v, net hoe je het gewend bent. Nu kun je die formule uit je hoofd leren - dat is de moeilijke weg. Je kunt ook onthouden dat er "iets" is met kracht, massa en versnelling. Als je dat onthoudt, kun je zelf wel bedenken welke formule het is: van F=m·a, m=F·a of a=F·m kan er maar één de juiste zijn, en met *begrip* van waar het over gaat, zie je direct welke dat is. Heel belangrijk is dus de *koppeling* tussen de theorie en de wereld om je heen. Dat is namelijk waar de hele natuurkunde om draait! Nog een voorbeeld: je laat een steen vallen vanaf de zesde verdieping - vanaf 20 meter hoogte. Met welke snelheid raakt de steen de straat? Je kunt dan gaan rekenen met de bewegingswetten: de al genoemde F=m·a, de afgelegde afstand, de snelheid, de tijd - goed, dat *kun* je doen. En je zult op het juiste antwoord uitkomen. Maar het is wel een gigantische rekenarij. Je kunt ook de potentiële energie (zwaartekrachtsenergie, hoogte-energie - net hoe het in jouw boek wordt genoemd) uitrekenen die die steen op 20 meter hoogte heeft. En *inzien* dat die energie aan het einde van de val volledig is omgezet in bewegingsenergie. Je weet dan hoeveel bewegingsenergie die steen krijgt. Vanuit die bewegingsenergie is het een fluitje van een cent om de snelheid uit te rekenen. Zo vind je een veel betere, snellere, eenvoudigere aanpak - maar dat lukt alleen als je het *snapt*, als je *inzicht* hebt, en als je het *verband* ziet tussen de stof en de werkelijkheid. Mijn tip is dus: leer zo weinig mogelijk, begrijp zo veel mogelijk. Zie verbanden. En oefen door middel van oefenopgaven. Pak die oefeningen aan via het begrip. Niet meteen de theorie induiken, maar eerst lezen, en dan even achteroverleunen om de situatie "van een afstandje" te overdenken. Zo train je je inzicht, je begrip, en het zien van verbanden. Succes!

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100