Als de economie weer goed gaat, worden de producten in de winkel dan goedkoper?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De prijs van producten wordt gedeeltelijk bepaald door de vraag er naar in een krimpende economie zie je dus dat prijzen iets dalen omdat er minder vraag naar is en de fabrikant soms zelfs genoodzaakt is om tegen kostprijs te verkopen. Bij een groeiende economie is er weer meer vraag naar de producten dus zal de prijs ook stijgen.

nee, eerder weer iets duurder. Omdat het nu slecht gaat met de winkels, hebben veel winkels de rijzen verlaagd en continue aanbiedingen om toch mensen de winkel in te krijgen, als het ooit weer beter gaat dan willen ze graag weer beetje winst maken

Als de economie weer goed gaat, worden de producten in de winkel dan goedkoper? Om hier antwoord op te geven moet je eerst een duidelijke definitie hebben wat je verstaat onder economische groei("als de economie weer goed gaat"): 1. Nominale groei : groei van het BBP(bruto binnenlands product), niet gecorrigeerd door inflatie. 2. Rëele groei: Groei van het BBP, gecorrigeerd door inflatie 3. Extensieve groei: Groei van het BBP door toename van bevolking 4. Intensieve groei: Groei BBP per hoofd van de bevollking Maar terugkomend op je vraag is het misschien handig om het terug te brengen tot een elementaire economie. Stel je hebt een economie bestaande uit twee mensen(land A), eentje is een slager/veehouder(1) en de ander een graanverbouw/bakker(2). Beide hebben 80 euro en samen hebben zij dus 160 euro. Daarnaast heb je land B, deze produceert dezelfde producten als land A. vb. 1: Het gaat slecht in land A: 1. heeft een koeienziekte gehad, daardoor heeft hij in plaats van de normale 10 stuks vlees er slechts 6 kunnen produceren. 5 Stuks moet hij zelf eten en hij moet teven 5 stuks brood hebben, echter hij heeft maar 1 stuks vlees om te verhandelen. 2. Heeft een slechte oogst gehad , daardoor heeft hij in plaats van de normale 10 stuks brood er slechts 6 kunnen produceren. 5 Stuks moet hij zelf eten en hij moet teven 5 stuks brood hebben, echter hij heeft maar 1 stuks brood om te verhandelen. Zowel 1 en 2 zullen toch genoeg eten moeten hebben en ze weten beiden dat er heel veel vraag is naar hun product dus ze zullen een zo hoog mogelijke prijs proberen te vangen. Echter er is ook land B, welke een redelijk goede oogst heeft gehad zij verkopen hun producten voor 20 euro per stuk, omdat zij nog wel vertrouwen hebben dat de economie in land A weer beter wordt volgend jaar en dat zij dan met dat geld iets terug kunnen kopen in land A als het met land B slecht gaat. Bakker en slager zullen hun prijs dus op 20 euro zetten voor hun ene stuk. Wat gebeurd er met het geld dat zij hadden: Land A 160-160= 0 1. 80 +20(verkoop aan bakker) - 20 (inkoop van bakker) - 80 (inkoop land B) = 0 2. 80 +20(verkoop aan slager) - 20 (inkoop van slager) - 80 (inkoop land B) = 0 Land B + 160= 320 Het sleutelwoord in dit voorbeeld is "vertrouwen". Omdat land B erop vertrouwde dat de productie in land A de jaren erna weer zou toenemen zodat zij het verdiende geld dan weer in land A zou kunnen besteden op een later tijdstip bleef de prijs van Brood en vlees

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100