Hoe moet ik weten als er een of meerdere mol tekens of kruis tekens voor aan de notenbalk geplaatst wordt hoe de noten dan veranderen als naam?

Zie foto als voorbeeld:

Weet jij het antwoord?

/2500

Ze hebben altijd een vaste volgorde: De eerste kruis is f-fis, 2e c-cis en 3e g-gis etc. Je kunt dat zelf ook ontdekken door steeds 5 tonen omhoog te gaan. (de kwint) Bij de mol ga je steeds een kwint naar beneden. 1 is bes, dan komt es dan as etc. Staat er 1 kruis, zoals in jouw 2e voorbeeld dan is dat f wordt fis Staan er 3 mollen (voorbeeld 3) dan wordt het bes, es, as Voorbeeld 1 dat zijn er een heleboel. Daar kun je nu vast zelf wel achterkomen. ;-)

Die hebben een vaste volgorde, 1 kruis geplaatst is altijd voor de F (fis) de 2e voor de C (cis) etc etc. De 1e mol is altijd voor de B, de 2e voor de e etc.

tel het aantal kruisen: de eerste is voor de c, die wordt cis, de tweede is voor de f, die wordt fis, 3de gis, 4de dis, 5e ais, 6e eis, 7e bis. voor de mollen geldt: 1ste bes, 2de es, 3de as, 4de des, 5e ges, 6e ces, 7e fes. Ik weet zeker dat je nu de meeste stukken kunt lezen!

Bij een kruis: c - cis d - dis e - eis f - fis g - gis a - ais b - bis bij een mol: c - ces d - des e - es f - fes g - ges a - as b - bes De kruis of mol staat op de lijn van de noot waarvoor hij geldt. Bij een mol op de lijn van de b wordt elke b een bes, ook als de b een octaaf hoger of lager staat. Bij een kruis op de lijn van de f wordt elke f een fis. De kruizen en mollen worden niet willekeurig neergezet. Als er een kruis bij de sleutel staat, is dat altijd de fis. Bij twee zijn het de fis en de cis, bij 3 de fis, de cis en de gis. Daarna komt de dis erbij, dan de ais, dan de eis, dan de bis. De eerste mol bij de sleutel is altijd de bes, de tweede de es, dan de ais, dan de des, dan de ges, dan de ces en als laatste de fes. De verhoogde en verlaagde noten kunnen door herstellingstekens voor een noot weer naar hun normale hoedanigheid worden veranderd ( dus een bes met een herstellingsteken wordt een b), maar alleen voor een maat. Na de maatstreep geldt het voorteken bij de sleutel weer.

Ik ben van de ezelsbruggetjes ;) De kruisen komen in de volgorde G D A E B Fis Cis. Dat onthoud je met de zin "Geef Die Aap Een Bord FisCis (vissies oftewel visjes)". Dat betekent dus dat de toonladder op G 1 kruis heeft, de fis. Toonladder op D heeft 2 kruisen: fis en cis. Toonladder op A heeft 3 kruisen: fis-cis-gis enzovoorts. De volgorde van de mollen is F B E A D G C. Het ezelsbruggetje is hier "Flinke Boeren Eten Alle Dagen Grauwe Capucijners". Toonladder op F heeft 1 mol, de bes. De B toonladder heeft de bes en es, de E toonladder heeft bes-es-as enz.

Bij een kruis zonder uitzonderingen er gewoon -is achter te zetten (g=gis, e=eis... enz...) Bij een mol er -es achter te zetten (b = bes, d = des) Uitzondering: e want die word gewoon es (niet ees of zoiets) en a = as (dus niet aes!)

Misschien nog een makkelijk geheugensteuntje voor je bij het onthouden van de volgorde van de kruizen en mollen. Als je naar je eerste voorbeeld kijkt dan zie je dat de eerste kruis staat op de lijn van de F, dit wordt nu dus een Fis, de tweede staat tussen de lijnen van de C, dit wordt dus een Cis, de derde op de G hoogte, Gis, en ga zo maar door.

Onze geheugensteuntjes op de HAVO (ik gebruik ze nu nog) waren Finnen BESchouwen EStlanders AS DESkundige GESchiedschrijvers CES Daar hoorde de mollenregel bij: Bets En Ans Delen Graag Centen Fooi e s s e e e e s s s s s Voor de kruisen: Geef De Armen Een Bord Fis, Cis Met als benoemende kruisenregel: Foei CIS Gij Danst Als Een BakFIS i i i i i i i i s s s s s s s s Dus de bovenste regel is de toonsoort, de onderste regel de naam van de mol/kruis. Kort door de bocht: de toonsoort E heeft dus 4 kruisen, altijd in de volgorde f#, c#, g#, d# De kwintencirkel gaat omhoog voor de kruisen in kwinten dus, voor de mollen zijn het kwarten. Maar dat had je vast al gezien ;-) De toevallige voortekens zijn een ander verhaal: ze tellen niet mee voor de toonsoort en zijn de volgende maat niet automatisch meer geldig. GELDT WEL ALLEEN BIJ MAJEURLADDERS! Mineurladders zijn een heel ander verhaal... Toegevoegd na 2 minuten: Ik zie dat de spaties niet keurig overgenomen worden in het antwoord. Nu heb je lettersoep, vooral bij de mollen! De onderste regels zijn uiteraard bes, es, as, des, ges, ces, fes.

de mol gaat onder de grond, dus omlaag het kruis, daar ging Jezus (als je dat gelooft) mee omhoog, dus omhoog

- is is naar boven -es is naar beneden vanaf de betreffende noot met de zwarte toets.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100