Volgens Escape is het contactoppervlak niet van belang bij data-verbindingen. Klopt dat wel?? Lijkt me zeer vreemd.

(Als er sprake is van een onderbreking die moet worden gefixt.)

Zie reacties bij:
http://www.goeievraag.nl/vraag/maat-laskokers-utp.96658

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een las geeft een aantal problemen. Het eenvoudigste probleem is de ohmse weerstand. Hoe hoger die is, hoe meer signaalsterkte je verliest. Bij een UTP-kabel is de stroomsterkte (signaalsterkte) echter niet het primaire probleem. Een groter contactoppervlak geeft weliswaar een lagere overgangsweerstand, maar daar heb je geen waarneembaar voordeel van. Het moeilijkere probleem is de overdracht van de (hoge) frequenties. Elke las is een weerstandsverandering. Elke weerstandsverandering geeft aanleiding tot reflecties. En elke weerstandsverandering functioneert als een laagdoorlaatfilter. Het probleem bij UTP (net als bij elke digitale kabel) is dat de enen en nullen worden uitgesmeerd. Een "echte" overgang van 0 naar 1 of andersom heeft namelijk een oneindig hoge frequentie, volgens de Fourieranalyse. Oneindig hoge frequenties bestaan niet, dus kan de overgang van 0 naar 1 niet oneindig steil zijn - dus niet instantaan gebeuren. Er is enige tijd nodig voor zo'n overgang. Dat geeft een limiet aan de bitsnelheid. Maar goed, er is dus sowieso sprake van hoge frequenties. Elke las functioneert enigzins als een laagdoorlaatfilter. Daardoor kunnen de overgangen tussen 0 en 1 (en andersom) niet meer zo steil zijn. De nullen en de enen lopen daardoor in elkaar over, ze worden "uitgesmeerd". Hoe meer lassen, hoe meer de bits worden uitgesmeerd. Wordt dat te erg, dan kan de ontvanger de nullen en enen niet meer herkennen. Verder geeft elke las reflecties. Je hebt altijd een overgang aan het begin en het eind van de kabel. Meer lassen betekenen meer overgangen, dus meer reflectiepunten. De bits kunnen dan deels (5% van de signaalsterkte bijvoorbeeld) heen en weer gaan kaatsen tussen las A en las B. Met veel lassen wordt dat een heel gestuiter; je kunt je voorstellen dat al dat weerkaatsen extra bijdraagt aan het uitsmeren van de bits, waardoor de ontvanger ze niet meer kan herkennen. -- Maar goed, het antwoord op je vraag is dus: het contactoppervlak is inderdaad niet van belang. De ohmse weerstand is namelijk niet de beperkende factor. Toegevoegd na 1 minuut:   Een kroonsteentje is trouwens een slecht idee. De T van UTP betekent dat de aders ineen zijn gedraaid. Als er een stoorsignaal is, wordt door dat draaien de gemiddelde invloed van de storing ongeveer nul. Bij een kroonsteentje heb je een groot dwarsoppervlak doordat de aders ruim 2 cm lang ver uit elkaar liggen. Daar kan een stoorsignaal dus flink aangrijpen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100