Ga naar de inhoud

Nagesist en nagefloten, waarom levert straatintimidatie zo weinig boetes op?

Update:
straatintimidatie Bron: Instagram centrumseksueelgeweld. Straatinitimidatie is een probleem, dat moeilijk bestraft kan worden. 

Een sissend geluid, een seksueel getinte opmerking of een opdringerige benadering op straat. Veel vrouwen krijgen er regelmatig mee te maken. Toch leidt dit zelden tot een boete voor de dader. Straatintimidatie is sinds 1 juli 2024 strafbaar, ondanks het grote aantal meldingen en ervaringen van vrouwen blijven boetes opvallend schaars.

In 2 jaar tijd schreven boa’s slechts enkele boetes uit voor nasissen, naroepen en andere vormen van seksuele intimidatie. Volgens deskundigen en handhavers is de wet van groot belang, maar blijkt de uitvoering in de praktijk een stuk lastiger dan gedacht.

Bekijk de video >>

6 boetes in 2 jaar tijd

Uit onderzoek van het AD blijkt dat boa’s in 2jaar tijd slechts 6 boetes uitschrijven voor straatintimidatie. Dat terwijl vrouwen nog altijd massaal aangeven dat zij worden nagefloten, nagesist of seksueel lastiggevallen in het openbaar.

Met de wet in de hand die seksuele straatintimidatie strafbaar maakt kunnen politie en boa’s optreden tegen gedrag dat als vernederend, kwetsend, bedreigend of intimiderend wordt ervaren.

Veel slachtoffers, weinig aangiftes

Dat straatintimidatie nog altijd veel voorkomt, blijkt uit onderzoek van EenVandaag. Maar liefst 3 kwart van de jonge vrouwen zegt in het afgelopen jaar seksueel geïntimideerd te zijn in de openbare ruimte. 6 op de 10 vrouwen worden nagefloten en bijna de helft krijgt seksueel getinte opmerkingen naar het hoofd geslingerd.

Toch doet slechts een klein deel van de slachtoffers aangifte. Veel vrouwen denken dat hun ervaring niet ernstig genoeg is of verwachten dat een melding toch niets oplevert. Ook het ontbreken van bewijs speelt een belangrijke rol.

Handhaven blijkt ingewikkeld

Volgens boa’s en juristen ligt daar precies het probleem. Om iemand te kunnen beboeten, moet duidelijk zijn dat het gedrag daadwerkelijk intimiderend, vernederend of bedreigend is geweest. Dat vereist vaak getuigen, camerabeelden of een handhaver die het incident zelf ziet gebeuren.

Criminoloog Tamar Fischer van de Erasmus Universiteit wijst erop dat straatintimidatie een subjectief element bevat. “Sommige mensen vinden bepaald gedrag niet per se intimiderend, anderen wel”, stelt Fischer. Daardoor blijft de beoordeling ingewikkeld.

Ook undercoveracties leveren niet altijd resultaat op. In verschillende steden experimenteren boa’s met controles in burger, maar zelfs dan blijkt het lastig om overtreders op heterdaad te betrappen.

Bekijk de video >>

Symbolische functie

Dat de wet moeilijk handhaafbaar is, betekent volgens deskundigen niet dat zij nutteloos is. De regelgeving heeft ook een belangrijke maatschappelijke functie.

“Een wet stelt een norm in de samenleving”, stelt Fischer. Volgens haar maakt de wet duidelijk dat seksuele intimidatie niet langer wordt gezien als iets waar vrouwen maar mee moeten leren leven.

Ook in de politiek werd tijdens de behandeling van de wet benadrukt dat de openbare ruimte voor iedereen veilig moet zijn. Vrouwen moeten zonder angst over straat kunnen lopen zonder te worden nagefloten, nagesist of lastiggevallen.

Pilotsteden boeken eerste resultaten

Ondanks de beperkte aantallen worden er wel degelijk overtreders veroordeeld. In Utrecht leidde een proef met handhaving tot meerdere aanhoudingen en 3 veroordelingen van volwassen verdachten. Ook in Rotterdam en Den Haag werden inmiddels de eerste straffen opgelegd.

Gemeenten hopen dat uitbreiding van de pilots uiteindelijk leidt tot meer handhaving én meer bewustwording. Want hoewel het aantal boetes voorlopig laag blijft, groeit de maatschappelijke druk om seksuele intimidatie op straat aan te pakken.

Bronnen:

AD, EenVandaag, Erasmus Universiteit Rotterdam