Het lijkt erop dat je gebruik maakt van een verouderde browser, niet alle functies van Startpagina zullen hiermee werken. Update je browser om sneller en veiliger te browsen.

Draai voor klassieke weergave

Waarom bederft eten sneller met onweer?

Als het onweert bederven zuivel en andere producten in mum van tijd. Het is een veelgehoord Hollands gezegde. De oorzaak? De verandering in luchtdruk in combinatie met veel elektroden in de lucht. Dat restje soep wat nog over is, gooi je daarom gelijk weg als het onweert. Klopt dit eigenlijk wel? Startpagina.nl zocht het voor je uit!

Tekst gaat onder de advertentie verder.

Bederft eten sneller als er onweer komt?

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: eten bederft niet sneller door een onweersbui. Wel moet je enkele dagen extra voorzichtig zijn, want dit gezegde is wel ergens op gebaseerd. Ben je al bekend met de term 'Hondsdagen'? Dit zijn de dagen van 20 juli tot 20 augustus - de maand waarin het sterrenbeeld de Grote Hond gelijk opkomt met de zon. Dit zijn vaak warme, broeierige dagen die afgewisseld worden met forse regen- en onweersbuien. Het is dan in Nederland het warmst en hoe hoger de temperatuur des te sneller eten bederft.

Bacteriën groeien het snelst als het warm en vochtig is

De combinatie van warmte en vocht is de ideale omstandigheid voor bacteriën om snel te groeien. Zeker bij temperaturen boven de 25 graden Celsius, kunnen micro-organismen zich binnen 20 minuten al verdubbelen. Laat dit nou net het geval zijn tijdens de Hondsdagen. In de periode dat men nog geen koelkast had, bedierf het eten (logisch) sneller dan normaal. Zo werd de link met onweer en het bederven van eten gelegd. 

Kan je eten bewaren tijdens de Hondsdagen?

Eten bewaren tijdens de Hondsdagen kan prima. Ook die pan met soep. Maar zet hem gewoon veilig in de koelkast, dan heb je geen last van de warmte en broeierigheid. Gooi het desnoods over in handige bewaarbakjes als de pan niet in de koelkast past. Vergeet deze niet af te dekken - en klaar ben je. Succes!  

Lees ook:

Auteur: Ilse Bloemendal